Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.6.1:7.6.1 Inleiding
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.6.1
7.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS596142:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
190. In Duitsland bestaat veel rechtspraak over de toerekening van kennis van functionarissen en opdrachtnemers aan hun werkgevers of opdrachtgevers. In arresten van het BGH is vele malen aan de orde geweest wanneer een geval voldoende gelijkenis vertoont met het in § 166 BGB geregelde geval om dat artikel analoog te mogen toepassen.1 Het BGH heeft dit gedaan aan de hand van wat in rechtspraak en literatuur ‘Wissensvertretung’ (‘kennisvertegenwoordiging’) is genoemd.2 Aanvankelijk werd dit concept alleen gehanteerd in het verzekeringsrecht en was het niet gekoppeld aan § 166 BGB. Wanneer een verzekerde het aan een derde overlaat om in zijn plaats kennis te nemen van feiten die leiden tot een meldingsplicht van de verzekerde aan de verzekeraar (denk aan risicoverhogende omstandigheden), wordt de kennis van die derde aan hem toegerekend.3 Later heeft het BGH deze regel uitgebreid tot alle situaties waarin iemand kennisneming overlaat aan een derde. In het hiernavolgende geef ik een aantal van de arresten van het BGH op dit gebied (vereenvoudigd) weer. Daarna onderzoek ik, mede aan de hand van de Duitse rechtsliteratuur, de vereisten waaraan een functionaris volgens het BGH moet voldoen om Wissensvertreter te zijn.