Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.8:3.8 Kwade trouw bij navordering en schuld bij het nalaten om de vereiste aangifte te doen
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.8
3.8 Kwade trouw bij navordering en schuld bij het nalaten om de vereiste aangifte te doen
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS571158:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als laatste in dit hoofdstuk wordt hierna de invulling van twee uit het belastingrecht afkomstige, maar niet in het fiscale boeterecht voorkomende geestesgesteldheidsbegrippen besproken waarbij het pleitbare standpunt ook een rol speelt: kwade trouw in verband met de bevoegdheid tot navordering, geregeld in art. 16 lid 1 AWR en de voor omkering van de bewijslast benodigde schuld bij het nalaten om de vereiste aangifte te doen, geregeld in art. 25 lid 3 AWR en art. 27e lid 1 AWR.
Met behulp van de criteria die normaal voor de vaststelling van kwade trouw en de voor omkering van de bewijslast benodigde schuld gelden, kan ik in volgende hoofdstuk, net zoals bij de opzetdelicten, de huidige pleitbaar standpunt jurisprudentie interpreteren door te beoordelen of deze criteria ook worden toegepast als er sprake is van een pleitbaar standpunt.
3.8.1 Kwade trouw3.8.2 Schuld bij het nalaten om de vereiste aangifte te doen3.8.3 Afsluiting en vooruitblik