Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.5.2.2:III.5.2.2 Gebruik van het juridische concept menselijke waardigheid
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.5.2.2
III.5.2.2 Gebruik van het juridische concept menselijke waardigheid
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS457999:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De functies die het recht op respect voor menselijke waardigheid bezit, brengt weinig duidelijkheid over het begrip ‘menselijke waardigheid’, behalve dat andere mensenrechten noodzakelijk zijn om de menselijke waardigheid te beschermen. Om de inhoud en betekenis van het juridische begrip menselijke waardigheid vast te stellen, wordt hieronder de rechtspraak van het Human Rights Committee (HRC), het EHRM en het Duitse Bundesverfassungsgericht (BVerfG) bekeken. Eerst wordt voor het HRC gekozen omdat in de preambule bij het IVPBR de menselijke waardigheid uitdrukkelijk wordt genoemd als grondslag voor mensenrechten. De rechtspraak van het EHRM wordt gekozen omdat de menselijke waardigheid in de rechtspraak naar voren wordt gebracht als richtinggevend principe bij de interpretatie van de bescherming die de mensenrechten bieden. De rechtspraak van het BVerfG is interessant omdat in de Duitse Grondwet de menselijke waardigheid expliciet is opgenomen als zelfstandig (en eerste) grondrecht. Zodoende wordt van drie verschillende instanties de rechtspraak beschreven en geanalyseerd waarin de menselijke waardigheid ten minste op eerste gezicht een, ten opzichte van elkaar, andere functie vervult. Dit maakt het mogelijk om te bekijken of het concept bij verschillende functies een daadwerkelijk onderscheidende betekenis en inhoud heeft. Daarbij ligt overigens de nadruk op het voor de Nederlandse rechtspraktijk belangrijkste rechtsprekende orgaan (EHRM). De rechtspraak van het EHRM wordt vervolgens vergeleken met de rechtspraak van de andere twee organen, die geen rechtstreekse invloed op het Nederlandse strafprocesrecht hebben. Mogelijkerwijs bieden het comité en het BVerfG interessante aanvullingen of preciseringen ten opzichte van de rechtspraak van het EHRM omdat de menselijke waardigheid in het IVBPR en GG een prominentere rol speelt dan in het EVRM. In de tekst van het EVRM ontbreekt namelijk elke verwijzing naar de menselijke waardigheid. In het vervolg van deze subparagraaf wordt het gebruik van het concept menselijke waardigheid door het HRC, EHRM en BVerfG beschreven en worden voorbeelden van het gebruik gegeven. Een uitputtende beschrijving van alle zaken waarin waardigheid als juridisch concept wordt gebruikt, gaat het bestek van dit onderzoek (ver) te buiten. De zaken vormen een (beperkte) selectie waarmee uiteindelijk de menselijke waardigheid wordt ingekleurd. In de volgende subparagraaf wordt het gebruik van het begrip geanalyseerd en formuleer ik een algemene visie op het gebruik van het juridische concept menselijke waardigheid.
III.5.2.2.1 In de rechtspraak van het Human Rights CommitteeIII.5.2.2.2 In de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de MensIII.5.2.2.3 Het BundesverfassungsgerichtIII.5.2.2.4 De Hoge Raad