Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/8.5.1:8.5.1 Typen organen
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/8.5.1
8.5.1 Typen organen
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS601935:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dortmond e.a. 2013/200, p. 365.
Zie hierover ook Verbunt & Van den Heuvel 2007, p. 218-219 en mijn noot onder Rb Oost-Nederland 16 januari 2013, JOR 2013/129.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
261. Naast een bestuur hebben de meeste rechtspersonen ook andere organen. Er zijn ruime en enge opvattingen over wie kwalificeren als orgaan van de rechtspersoon. Het Handboek NV/BV omschrijft organen als “de instanties binnen de rechtspersoon aan wie krachtens wet of statuten de taak en de bevoegdheid toekomt om voor de rechtspersoon bindende beslissingen te nemen; deze beslissingen worden toegerekend aan de rechtspersoon.”1 Hieruit vloeit logischerwijs voort dat ook de kennis die organen hebben bij het nemen van bedoelde beslissingen wordt toegerekend aan de rechtspersoon. In deze studie beperk ik mij tot de belangrijkste organen die genoemd worden in boek 2 BW, namelijk:
de raad van commissarissen;2
niet-uitvoerende bestuurders (strikt genomen zijn zij geen orgaan, maar leden van het bestuur met een bijzondere positie);
de algemene vergadering.
Een rechtspersoon kan meer organen of daarmee enigszins vergelijkbare instanties kennen. Voorbeelden zijn de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, de vergadering van certificaathouders, de ledenraad, de auditcommissie, de kascommissie, de gedelegeerd commissaris en de ondernemingsraad. Dergelijke instanties laat ik in dit hoofdstuk buiten beschouwing. Ook besteed ik geen aandacht aan de specifieke bevoegdheden van de raad van commissarissen en de algemene vergadering bij de structuurvennootschap, de grote coöperatie en de grote onderlinge waarborgmaatschappij. Hetgeen ik schrijf over de toerekening van kennis van de rvc zal in het algemeen ook gelden voor de aanvullende bevoegdheden van de rvc van een structuurvennootschap, grote coöperatie of grote onderlinge waarborgmaatschappij. De hiernavolgende beschouwingen over de toerekening van kennis van de algemene vergadering zullen grotendeels ook van toepassing zijn op de vergadering van houders van aandelen van een bepaalde soort of aanduiding. Een beschouwing van die bevoegdheden zou naar mijn idee veel herhaling opleveren en inhoudelijk weinig toevoegen. De bevoegdheden van niet in de wet geregelde organen zoals de auditcommissie (indien men dit als een orgaan beschouwt) zullen steeds afhangen van de statuten of reglementen van de rechtspersoon in kwestie, zodat daar in algemene zin weinig over kan worden gezegd.
262. Andere organen dan het bestuur hebben niet dezelfde vertegenwoordigingsbevoegdheid, instructiemacht en centrale informatiepositie. Zij hebben ook niet elk dezelfde verantwoordelijkheid voor het belang van de rechtspersoon. De taken van deze andere organen hebben voornamelijk betrekking op de gang van zaken binnen de rechtspersoon. Voor wat betreft toerekening van kennis kunnen andere organen daarom niet worden gelijkgesteld met het bestuur. Hun bijzondere taak en positie zal in acht moeten worden genomen.3 Dat is echter met name van belang in gevallen van kennisversplintering, wanneer de kennis van een orgaan(lid) van belang is voor activiteiten elders binnen de rechtspersoon. Oefenen andere organen hun eigen bevoegdheden uit, dan mogen zij geacht worden ten aanzien daarvan te beschikken over een afdoende informatiepositie en instructiemacht. Wel kan de verantwoordelijkheid voor het belang van de rechtspersoon – of de afwezigheid daarvan – de toerekening in standaardsituaties beïnvloeden. Dat komt in par. 8.6 en 8.8 aan de orde.