Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.2.0
3.4.2.0 Introductie
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS383140:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zij is terug te voeren op de Romeinse societas, zie Kingma 2013, p. 218.
De juridische structuur van de maatschap wordt uitgebreid besproken in hoofdstuk 5.
Dit onderscheid vloeit niet voort uit de wet.
Voor personen die een bedrijf uitoefenen maakt het voor de toepasselijkheid van de vertegenwoordigings- en aansprakelijkheidsregels wel verschil of zij al dan niet onder een gemeenschappelijke naam naar buiten toe optreden. Willen zij dat de regels ten aanzien van de stille maatschap voor hen gelden dan moeten zij er alles aan doen om te voorkomen dat er sprake is van een gemeenschappelijke naam (bedrijfsuitoefening zonder gemeenschappelijke naam kwalificeert als een stille maatschap). Wanneer men een bedrijf onder gemeenschappelijke naam uitoefent, wordt dit namelijk gekwalificeerd als een vennootschap onder firma en daarvoor gelden zwaardere aansprakelijkheidsregels dan voor de maatschap (zie art. 16 jo. art. 17 WvK).
Een verschil is dat het voor een stille maatschap niet voor de hand ligt om een doorlopende volmacht te verlenen (zie hierover paragraaf 3.4.2.1). Daarnaast geldt ook dat een onrechtmatige gedraging van een maat doorgaans niet snel aan een stille maatschap kan worden toegerekend (en de andere maten hiervoor aansprakelijk worden), nu de stille maatschap niet als zodanig aan het maatschappelijk verkeer deelneemt (zie over dit laatste nader paragraaf 3.4.2.4).
De vennoten van de maatschap worden ook wel aangeduid als maten. Hierna zullen deze begrippen door elkaar, als synoniemen, worden gebruikt.
De maatschap is de oudste contractuele samenwerkingsvorm naar Nederlands recht1 en, zoals eerder gezegd, tevens de rechtsvorm die van oudsher het meest wordt gebruikt door samenwerkende beroepsbeoefenaren.
Zoals in hoofdstuk 2 al aan de orde kwam, staat de omschrijving van de maatschap2 in artikel 7A:1655 BW.
‘Maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te deelen.’
In de literatuur wordt een onderscheid gemaakt tussen de stille en de openbare maatschap.3 De openbare maatschap is de maatschap die onder een eigen naam, duidelijk kenbaar, aan het rechtsverkeer deelneemt. Kenmerkend voor de stille maatschap is dat deze niet als zodanig naar buiten toe optreedt. Samenwerkende beroepsbeoefenaren zullen vaak, om commerciële redenen, onder gemeenschappelijke naam optreden. Hun samenwerkingsverband wordt daarmee gekwalificeerd als een openbare maatschap. Er bestaan echter ook maatschappen waarin beroepsbeoefenaren ieder hun eigen praktijk (onder eigen naam) voeren en slechts een aantal kosten (bijvoorbeeld het salaris van een gezamenlijke receptioniste) en een pand delen. Deze samenwerkingsverbanden worden aangemerkt als stille maatschappen en ook wel kostenmaatschappen genoemd. Ten aanzien van de regels over vertegenwoordiging en aansprakelijkheid maakt het voor beroepsbeoefenaren4 echter niet uit hoe hun maatschap wordt gekwalificeerd; deze regels zijn voor beide soorten maatschappen (nagenoeg5) hetzelfde.
Welke aansprakelijkheidsregels gelden er nu precies voor de vennoten6 van de maatschap en in hoeverre beperkt het gebruik van deze rechtsvorm de aansprakelijkheid van de vennoten? Deze vragen zullen in de volgende paragrafen worden beantwoord.