Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.5.1.1:III.5.1.1 Drie concepten van menselijke waardigheid toegepast op de strafvordering
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/III.5.1.1
III.5.1.1 Drie concepten van menselijke waardigheid toegepast op de strafvordering
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS455584:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
C.R. Beitz, ‘Human Dignity in the Theory of Human Rights: Nothing But a Phrase?’, Philosophy & Public Affairs 2013, 3, p. 273.
C.R. Beitz, ‘Human Dignity in the Theory of Human Rights: Nothing But a Phrase?’, Philosophy & Public Affairs 2013, 3, p. 276.
C.R. Beitz, ‘Human Dignity in the Theory of Human Rights: Nothing But a Phrase?’, Philosophy & Public Affairs 2013, 3, p. 282.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zojuist zijn drie verschillende manieren beschreven hoe de menselijke waardigheid kan worden uitgelegd. In het navolgende gebruik ik de drie verschillende concepten van de menselijke waardigheid door deze toe te passen op de verhouding tussen de opsporende autoriteiten en de verdachte burger. Ten eerste kan de menselijke waardigheid als sociaal-ordeningsprincipe worden gebruikt waarop interpersoonlijke verhoudingen worden gebaseerd (vgl. het archaïsche paradigma). De status van een persoon in bepaalde situatie of omgeving bepaalt zijn menselijke waardigheid (Beitz gebruikt daarom de term dignity-as-status1). Aan de hand van dit principe beargumenteer ik hierna dat opsporingsambtenaren in de strafvordering meer waardigheid toekomen dan verdachten, maar dat het geen enkele bruikbare norm voor toelaatbaar gedrag in de opsporing stelt. Ten tweede kan het als normatief argument worden gebruikt om rechten van mensen te respecteren (vgl. het hedendaagse paradigma). Bij de uitwerking van dit argument speelt de autonome keuze van de burger een belangrijke rol. Waardigheid is hierbij een inherente waarde van het mens-zijn (dignity-as-value2) en mensen zijn een doel-in-zichzelf en daarom moet hun rationaliteit worden gerespecteerd. Voor de strafvordering betekent dat ten minste dat de verdachte zelf zijn proceshouding mag bepalen en zijn kant van het verhaal naar voren kan brengen. En ten derde kan de menselijke waardigheid als wetgevend, cognitief concept worden gebruikt dat een (rationeel) mens kan (of: zou moeten) gebruiken om zijn gedrag op te baseren zodat hij in overeenstemming met de menselijke waardigheid handelt (vgl. het traditionele paradigma). Daarbij staat centraal hoe de mens anderen behandelt (dignity-as-respectfulness3). Voor de strafvordering betreft dit een perspectief bezien vanuit de opsporende autoriteiten. Behandelen zij de verdachte respectvol? In dit concept staat een verbod op het onnodig laten lijden door vernedering centraal, waartegen de verdachte moet worden beschermd. De hierboven genoemde indeling biedt interessante aanknopingspunten voor de uitwerking van het begrip menselijke waardigheid zodat het kan worden toegepast als toets voor strafvorderlijke dwangmiddelen.
III.5.1.1.1 Menselijke waardigheid als sociaal-ordeningsprincipeIII.5.1.1.2 Menselijke waardigheid als normatief uitgangspuntIII.5.1.1.3 Menselijke waardigheid als cognitief concept om gedragsregels op te baseren