Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.4.6:11.4.6 Conclusie
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/11.4.6
11.4.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS598516:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
526. Kennis die een functionaris heeft opgedaan bij een zakelijke activiteit voor een ander dan de rechtspersoon, kan in beginsel op dezelfde voet aan de rechtspersoon worden toegerekend als kennis die de functionaris heeft opgedaan bij zijn activiteiten voor de rechtspersoon zelf. Diverse uitspraken van de Hoge Raad bieden steun voor dit standpunt. Wel geldt dit uitgangspunt naar mijn mening iets sterker voor de wetende-en-handelende functionaris in het standaardgeval dan voor de wetende functionaris in gevallen van kennisversplintering. Dit komt doordat bij kennisversplintering – binnen het door mij voorgestelde model – meer gewicht toekomt aan het feit dat het voor de rechtspersoon moeilijk beheersbaar is of kennis uit een andere functie binnen de organisatie wordt opgeslagen of doorgegeven. Uitzonderingen op het uitgangspunt acht ik in elk geval mogelijk (maar niet altijd geboden):
indien, gezien het verschil in context, begrijpelijk is dat de functionaris niet heeft ingezien dat de kennis die hij in een andere functie verwierf, relevant was voor zijn huidige activiteiten;
indien de kennis een hoog ‘privégehalte’ heeft;
indien de functionaris gebonden is aan een geheimhoudingsplicht jegens zijn vorige werkgever of opdrachtgever;
indien de functionaris reden heeft om te vrezen dat hij een derde in gevaar zal brengen of schade zal toebrengen door zijn eerder verkregen kennis in zijn huidige functie te gebruiken.
Een uitzondering is daarnaast mogelijk in zogeheten vertrouwensgevallen. In sommige omstandigheden behoort de wederpartij er rekening mee te houden dat de wetende functionaris de kennis die hij in een andere functie heeft opgedaan, niet heeft doorgegeven aan de functionaris die voor de rechtspersoon handelt. Dit kan ertoe leiden dat de wederpartij geen beroep toekomt op de toerekening van de kennis van de wetende functionaris aan de rechtspersoon.