Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht
Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/6.2.1:6.2.1 Inleiding
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/6.2.1
6.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS454449:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Booms 2015.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
148. In deze paragraaf worden vier gevallen besproken waarin een met een beperkt recht bezwaard object op één of andere manier wordt gesplitst of gedeeld. Het is de vraag wat de gevolgen daarvan zijn voor het beperkte recht. De wet doet hierover geen uitspraak en evenmin is dit onderwerp aan de orde gekomen in jurisprudentie. Booms is de eerste die, zeer recent, expliciet aandacht aan dit onderwerp heeft besteed.1
In het kader van de ondeelbaarheid kwamen de hier te bespreken gevallen al aan de orde, en is gebleken dat de ondeelbaarheid daarover geen uitspraak doet, anders dan dat het gehele object (verhaals)aansprakelijk blijft voor de gehele schuld. Overigens moet bedacht worden dat vanwege de tussenkomst van de notaris de situatie dat een gedeelte (ideëel of fysiek) van een onroerende zaak in bezwaarde toestand wordt vervreemd, zich niet snel zal voordoen. Desalniettemin kan een dergelijke situatie zich bedoeld of onbedoeld voordoen en kan de uitkomst ons iets leren over het uniciteitsbeginsel. Voorts blijft het vraagstuk onverkort spelen bij goederen waarbij geen tussenkomst van de notaris is vereist. Hieronder zal ik telkens uitgaan van de situatie waarin twee nieuwe objecten ontstaan.