Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/2.2.2
2.2.2 Onderscheid tussen de twee vragen in het fiscale strafrecht
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS571148:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Met name HR 13 november 2001, NJ 2002/221, ECLI:NL:HR:2001:AD4466, r.o. 4; HR 8 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR3719, r.o. 3.6.4; HR 6 maart 2012, NJ 2012/176, ECLI:NL:HR:2012:BQ8596, r.o. 7.3-7.4.
Rb. Zwolle-Lelystad 13 september 2005, ECLI:NL:RBZLY:2005:AU2558; Rb. Groningen 11 april 2008, ECLI:NL:RBGRO:2008:BC9320; Rb. Gelderland 15 augustus 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:2407 (overwegingen met betrekking tot inkomsten uit verhuur, strafmaatverweer); Rb. Oost-Brabant 22 november 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:6490, in hoger beroep Hof ’s-Hertogenbosch 23 september 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3755 (het hof heeft het begrip pleitbaar standpunt hierbij niet gebruikt); Hof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2014:2963, r.o. 4-5 (het hof heeft het begrip pleitbaar standpunt hierbij niet gebruikt).
Hof ’s-Hertogenbosch 18 maart 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7234, r.o. F.3 io. F.1.3; Hof Amsterdam 7 juli 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BR0740; Rb. Overijssel 16 december 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:3344, r.o. 5.2.
A.D. van Riel, ‘Pleitbaar standpunt – toepassing in het fiscale strafrecht’, TFB 2011-6, p. 11, Valkenburg en Van der Werff 2014, p. 41-41.
Ook in de jurisprudentie van de strafkamer komt het onderscheid tussen beide vragen niet tot uitdrukking, maar dat heeft een andere oorzaak dan in de fiscale boetejurisprudentie. De strafkamer van de Hoge Raad heeft in de tot nu toe door haar beoordeelde zaken, ondanks de mogelijke aanwezigheid van een pleitbaar standpunt, de criteria die voor de vaststelling van opzet bepalend zijn niet losgelaten. In deze zaken heeft zij geen rol voor het pleitbare standpunt gezien en zich daarom ook niet uitgelaten over de invulling van het pleitbaar standpunt begrip.1
De strafrechter in feitelijke instantie heeft zich wel over de invulling van het pleitbaar standpunt begrip gebogen. Uit deze jurisprudentie komt echter geen eenduidig beeld naar voren. Uit een aantal uitspraken is op te maken dat de beoordeling of een standpunt pleitbaar is aan de hand van objectieve criteria, zoals in het fiscale boeterecht, heeft plaatsgevonden.2 Volgens andere uitspraken kan echter uitsluitend van een pleitbaar standpunt worden gesproken als de belastingplichtige zijn standpunt heeft gebaseerd op een ondubbelzinnig advies van een deskundige of van de inspecteur, een voorwaarde die ook geldt voor een geslaagd beroep op verontschuldigbare rechtsdwaling.3 Zo bezien is de opmerking in de literatuur dat de invulling van het pleitbaar standpunt begrip in het fiscale strafrecht niet in alle opzichten dezelfde lijkt als in het fiscale boeterecht, wel terecht.4
De fiscale strafjurisprudentie komt aan het eind van dit hoofdstuk, in de paragrafen 2.6.1 en 2.6.2, nog kort aan bod. In hoofdstuk 4, in paragraaf 4.4.2.3 wordt, zoals in de inleiding opgemerkt, uitgebreider op de fiscale strafjurisprudentie teruggekomen.