Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/2.6
2.6 Binding met de desbetreffende zaak: feiten en aangifte(n) (3)
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS571151:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
M.W.C. Feteris, noot onder BNB 2004/75, onder 5, A-G Wattel, conclusie van 25 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:897, r.o. 9.24-9.25.
Hof ’s-Hertogenbosch (strafkamer) 4 maart 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BH5081: “De deskundigenrapporten leiden het Hof, anders dan de verdediging en de Tuchtraad van de NOB, er niet toe aan te nemen, dat verdachte zich in redelijkheid op het standpunt had kunnen stellen, dat H niet woonachtig was in Nederland. Daniels, Van Raad, Van Brunschot, Van Lint en Geerets laten zich niet expliciet uit of H op basis van de feiten in het strafdossier als binnenlands belastingplichtige moet worden aangemerkt.”
Niet ieder standpunt vormt een pleitbaar standpunt. Het standpunt moet, zoals hiervoor uitgewerkt, zien op interpretatie of toepassing van het belastingrecht en objectief voldoende verdedigbaar zijn. Tot slot volgt uit de fiscale boetejurisprudentie dat het standpunt binding moet hebben met de desbetreffende zaak.1 Deze binding ziet niet op subjectieve omstandigheden, maar op de verankering van het standpunt in de vastgestelde feiten en op de verwerking van het standpunt in de ingediende belastingaangifte(n).
In de boetejurisprudentie waarin het rechtskundige standpunt van de belastingplichtige als pleitbaar is aangemerkt omdat het door de rechter in eerdere feitelijke instantie is gevolgd, wordt deze voorwaarde niet benoemd. Dat hoeft ook niet, want zodra het standpunt door een rechter in eerdere feitelijke instantie is gevolgd, is vaak automatisch al aan deze omstandigheden voldaan. Bij rechtskundige standpunten die niet door de rechter in eerdere feitelijke instantie zijn gevolgd is het echter niet vanzelfsprekend dat aan deze voorwaarde is voldaan. Om te beoordelen of ook deze standpunten pleitbaar zijn moet derhalve wel expliciet worden vastgesteld dat het standpunt binding heeft met de desbetreffende zaak.
De verankering van het standpunt in de vastgestelde feiten en de verwerking van het standpunt in de ingediende belastingaangifte(n) komen ook uit de fiscale strafjurisprudentie als vereisten naar voren. In de fiscale strafzaken wordt namelijk nog wel eens door de verdachte belastingplichtige gesteld dat er een pleitbaar standpunt in de aangifte is verwerkt, terwijl hij dat standpunt ten tijde van het doen van de aangifte niet op het oog lijkt te hebben gehad. Op zich is voor de aanwezigheid van een pleitbaar standpunt, zoals hiervoor in paragraaf 2.4.3 uitgewerkt, niet vereist dat de belastingplichtige het standpunt bewust heeft ingenomen. Bij zo in een laat stadium gevoerd pleitbaar standpunt verweer ligt het echter wel eerder voor de hand dat de binding met de vastgestelde feiten of met de aangifte(n) ontbreekt.2
2.6.1 Binding met de vastgestelde feiten2.6.2 Binding met de ingediende aangifte(n)