Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.14
5.14 Tegenstrijdige belangen en integriteit
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS602213:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 20, lid 2, Besluit FTK. Dit voorschrift kent een uitzondering wanneer het een uitbesteding aan de werkgever betreft. Deze uitzondering is opgenomen met het oog op ondernemingspensioenfondsen. Het komt veel voor dat de aan een ondernemingspensioenfonds verbonden werkgever kosteloos (een deel van) de pensioenadministratie verzorgt, terwijl ook (een deel van) de (mede-)beleidsbepalers van het fonds bij hem in dienst zijn.
Deze situatie moet men onderscheiden van de situatie dat het pensioenfonds aandeelhouder van de vermogensbeheerder is. Die situatie komt veelvuldig voor. Zo is ABP aandeelhouder van APG en is PFZW aandeelhouder van PGGM.
Art. 20, lid 1, Besluit FTK.
Boek 2, titel 6, BW.
Dat is anders in het NV- en BV-recht. Daar bepalen de zesde leden van art. 2:129 en 2:239 BW dat een bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Overigens is er een Wetsvoorstel bestuur en toezicht rechtspersonen aanhangig dat (mede) tot doel heeft om de tegenstrijdigbelangregeling bij stichting en vereniging in lijn te brengen met de tegenstrijdigbelangregeling bij de NV en BV.
Art. 4:90-4:90c Wft.
In Rb Rotterdam 4 augustus 2011, JOR 2012, 12, m.nt. Affourtit en PJ 2011, 125 m.nt. Kuiper (PME) ontving de vermogensbeheerder een hogere beloning voor intern beheerde beleggingsportefeuilles dan voor extern beheerde. Daar kunnen goede redenen voor bestaan, maar opmerkelijk was het wel en een duidelijke verklaring ontbrak.
Een fiduciair beheerder is veelal een vermogensbeheerder die ook aan het vermogensbeheer verwante werkzaamheden verzorgt. Zodoende kan een fiduciair ook zichzelf selecteren als de best geachte beheerder voor een deelportefeuille.
Zie par. 2.5.8.2.
De overheid realiseert zich inmiddels ook dat dat niet wenselijk is. Vanaf het begin van deze eeuw mochten slagers en slachthuizen hun vlees laten keuren door keurmeesters in eigen dienst. Na verschillende incidenten in de vleessector en een onderzoek naar de risico’s in de vleesketen (Onderzoeksraad voor Veiligheid 2013) heeft de wetgever het plan opgevat om de vleeskeuring weer onder te brengen bij toezichthouders die van overheidswege zijn aangesteld (Kamerstukken II, 2013-2014, 26991, nr. 418).
Ook Commissie Frijns 2010, p. 47 plaatst een kritische kanttekening bij het concept fiduciair management.
In een onderzoek van IPN over 2013 gaf ruim 40% van de pensioenfondsen (met bijna 70% van het Nederlandse pensioenvermogen in beheer) aan gebruik te maken van “full service” fiduciair beheer. Nog eens ruim 15% van de fondsen (met bijna 15% van het Nederlandse pensioenvermogen in beheer) gebruikt op onderdelen fiduciair management. In totaal staat ca. 85% van het pensioenvermogen onder fiduciair beheer (Van der Westen 2014a). De steekproef betrof 46 pensioenfondsen zodat enige voorzichtigheid op haar plaats is wanneer men deze cijfers wil extrapoleren voor heel Nederland.
Art. 20, lid 1, Besluit FTK. Zie ook De Geus & Adema 2015; Van der Veer & Voerman 2015; DNB De integriteit-risicoanalyse 2015; DNB Risicobeheersing belangenverstrengeling bij pensioenfondsen 2015; DNB De 7 elementen van een integere Cultuur 2009; en Code Pensioenfondsen, p. 20.
De regeling met betrekking tot persoonlijke transacties (art. 35c-35f Bgfo / art. 12 Uitvoeringsrichtlijn MiFID). Zie verder Joosen 2009, p. 497-500.
Tegenstrijdige belangen kunnen op verschillende wijzen de belangen van een uitbestedend pensioenfonds bedreigen.
Op de eerste plaats kunnen een of meerdere pensioenfondsbestuurders er persoonlijk belang bij hebben dat een uitbesteding wordt gegund aan een bepaalde partij. Vormen deze bestuurders een personele unie tussen het pensioenfonds en de (kandidaat-)dienstverlener, dan is de uitbesteding verboden.1 Ook zonder personele unie kunnen er echter tegenstrijdige belangen zijn bij de gunning van een uitbesteding. De bestuurder kan bijvoorbeeld aandeelhouder van de vermogensbeheerder zijn.2 Elk fonds moet over procedures en maatregelen beschikken met het oog op het tegengaan van belangenverstrengelingen van (onder meer) bestuurs-leden.3
De inhoud van die procedures en maatregelen is echter niet voorgeschreven. Ook het stichtingenrecht,4 dat op de meeste pensioenfondsen van toepassing is, bevat geen tegenstrijdigbelangregeling. Het is dus mogelijk dat een “besmette” bestuurder meebeslist bij de gunning van de uitbesteding en daarbij zijn tegenstrijdige belangen laat meewegen.5 Ook blijft hij bevoegd tot het sluiten van de uitbestedingsovereenkomst. Het “besmette” besluit is echter vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.6
De dienstverlener zelf kan bij de uitvoering van de werkzaamheden ook tegenstrijdige belangen hebben. De regelgeving die op vermogensbeheerders van toepassing is, ziet reeds op veelvoorkomende belangentegenstellingen. Men denke bijvoorbeeld aan de verplichting tot een optimale orderuitvoering, tot de beschikking over een orderuitvoeringsbeleid en de loyaliteitsverplichting.7 Desondanks blijft het opletten voor het pensioenfonds: het fonds heeft een eigen verantwoordelijkheid.8
Problemen met tegenstrijdige belangen liggen bij fiduciair beheer voor het oprapen. Een fiduciair beheerder heeft vaak vele petten op. Zo heeft hij vaak tot taak om vermogensbeheerders aan te stellen en aan te sturen, maar ook om hun prestaties te evalueren. Hij adviseert vaak over het beleggingsbeleid, maar evalueert het ook. Hij stelt vermogensbeheerders aan en onderhandelt met hen over vergoedingen. Vaak stelt hij niet enkel externe vermogensbeheerders aan, maar ook groepsmaatschappijen of zichzelf.9 Het komt ook voor dat wanneer een pensioenfonds een bestuursbureau heeft dat het werk van de fiduciair controleert, dat bestuursbureau wordt bemenst door personeel van die fiduciair.10 Een fiduciair krijgt zo de trekken van een slager die zijn eigen vlees keurt.11 Er is daarom grote voorzichtigheid geboden bij de keuze welke taken bij een fiduciair worden gebundeld.12 Het is niet duidelijk of dat altijd gebeurt.13
Niet alleen het fonds of zijn vermogensbeheerder kan tegenstrijdige belangen hebben. Ook medewerkers van de vermogensbeheerder kunnen aan tegenstrijdige belangen blootstaan. Bij vermogensbeheer kan men denken aan een medewerker die voor cliënten beleggingen selecteert, maar bij die selectie persoonlijke belangen heeft. Zo kan hij of een naaste een belang hebben in de onderneming waarvan de aandelen als belegging worden geselecteerd.
Het pensioenfonds moet over procedures en maatregelen beschikken tot het tegengaan van belangenverstrengelingen van personen die op structurele basis werkzaam zijn voor het fonds.14 Die regeling moet dus ook zien op medewerkers van een dienstverlener. Het pensioenfonds moet zijn regeling opleggen aan zijn dienstverlener. In de praktijk is dit geen groot probleem. Een vermogensbeheerder moet reeds over een tegenstrijdigbelangregeling voor zijn medewerkers beschikken.15