Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/5.3.1
5.3.1 Wanneer is een net deelbaar?
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS486714:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2005/06, 29 834, nr. C, p. 3.
B.A.M. Janssen, Wie heeft de leiding? De eigendom van kabel- en leidingnetten, (diss. Utrecht) Deventer: Kluwer 2010, p. 58 en H.W. Heyman, ‘Het goederenrechtelijk statuut van ondergrondse constructies (in het bijzonder kabels en leidingen) in het Nederlandse recht’, in: Ondergrondse constructies in het Belgische en Nederlandse recht, Intersentia 2007, p. 44 en A.A. van Velten, ‘Art. 5:20 BW tweede lid, ofwel de doorknip van de verticale natrekking, is een feit’, WPNR 2007/6703.
Zie voor de vraag of een (lege) mantelbuis een net is in de zin van art. 5:20 lid 2 BW: S. Baegen, S. Bartels en D. Meijeren, ‘What’s in a mantelbuis’, NTBR 2015/25, die deze vraag bevestigend beantwoorden. Zij concluderen dat indien de mantelbuis op een later moment gevuld wordt met een telecomnet of een elektriciteitsleiding de mantelbuis geen bestanddeel wordt van de netten, maar een zelfstandige onroerende zaak blijft.
Zie ook: H.W. Heyman, ‘Het goederenrechtelijk statuut van ondergrondse constructies (in het bijzonder kabels en leidingen) in het Nederlandse recht’, in: Ondergrondse constructies in het Belgische en Nederlandse recht, Antwerpen: Intersentia 2007, p. 29.
Het bijzondere aan netten is dat deze deelbaar zijn. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt expliciet dat het mogelijk is om een deel van het oorspronkelijke net over te dragen, waardoor het een (nieuwe) zelfstandige zaak vormt, te weten een deelnet.1 Als voorbeeld hiervoor wordt wel een elektriciteitsnet genoemd met verschillende spanningsniveaus.2, 3
Voor overdracht geldt op grond van art. 3:84 lid 2 BW het bepaaldheidsvereiste. Hiertoe dient het af te scheiden gedeelte van het net een zelfstandige zaak te vormen. Indien aan dit vereiste voldaan is, wordt het deelnet door de inschrijving in de openbare registers een afzonderlijke (onroerende) zaak.
De vraag of een gedeelte voldoende zelfstandig is om als afzonderlijk net overgedragen te worden, wordt wederom beantwoord aan de hand van de verkeersopvatting. In de Memorie van Antwoord staat te lezen:
“Voor de vraag waar de grens dan kan worden getrokken, komt het aan op de verkeersopvatting, wat zowel van maatschappelijke als van technische punten afhangt.”4
Zo zal het maatschappelijk gezien een “redelijk kenbare afscheiding” moeten hebben en moet het technisch gezien ook afgesloten kunnen worden.5
Het criterium is derhalve duidelijk, hoewel dit (nog) niet gezegd kan worden over de toepassing ervan. Met name bij op elkaar aangesloten netwerken zal het lastig zijn te bepalen waar het ene netwerk ophoudt en het andere begint.6 Vaststaat dat er in ieder geval aanknopingspunten dienen te bestaan om een zeker afscheiding vast te kunnen stellen.