Toerekening van kennis aan rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/8.8.4:8.8.4 Kennis van een individuele aandeelhouder of lid
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/8.8.4
8.8.4 Kennis van een individuele aandeelhouder of lid
Documentgegevens:
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS594996:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bij NV en BV: besluit met algemene, schriftelijk uitgebrachte, stemmen (art. 2:128 BW/2:238 BW); bij de vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij: eenstemmig besluit van alle leden of afgevaardigden, mits genomen met voorkennis van het bestuur (art. 2:40 lid 2 BW).
Wbtr: of organisatie, zie de voorgestelde artikelen 2:9 lid 3 en 2:11 lid 4 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
282. De algemene vergadering zal doorgaans bestaan uit meerdere personen. De wettelijk voorziene activiteit van de algemene vergadering is het nemen van besluiten in een volgens de regels bijeengeroepen vergadering. Indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan1, kan de algemene vergadering ook buiten vergadering besluiten nemen, maar de basale veronderstelling van de wet is dat een bijeenkomst plaatsvindt waarbinnen informatie en standpunten worden uitgewisseld. Ook bij besluiten buiten vergadering hebben bestuurders en commissarissen een raadgevende stem.
Om de kennis van de algemene vergadering als regel aan de rechtspersoon te kunnen toerekenen, dus in beginsel zonder verdere weging van omstandigheden, is het mijns inziens noodzakelijk dat de relevante informatie voldoende duidelijk kenbaar is gemaakt tijdens de vergadering van de aandeelhouders of leden – hierna schrijf ik ten behoeve van de leesbaarheid soms alleen ‘aandeelhouders’– of in de stukken ter voorbereiding daarop. Anders dan bij commissarissen dient kennis van een individuele aandeelhouder in de standaardsituatie niet als regel te gelden als kennis van het collectieve orgaan, ook niet wanneer het kennis betreft die relevant is voor een door de algemene vergadering te nemen besluit. Noch de individuele aandeelhouder, noch de algemene vergadering heeft een verantwoordelijkheid die te vergelijken is met de verantwoordelijkheden van bestuur en rvc. Aandeelhouders en leden hebben niet de plicht om zich te richten naar het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming,2 maar mogen zich primair richten op hun eigen belang. Wat hen is toegestaan, wordt in beginsel alleen begrensd door de redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW).
Heeft een aandeelhouder kennis opgedaan buiten de algemene vergadering en deelt hij die niet binnen de vergadering mee, dan zal die kennis slechts bij uitzondering kunnen gelden als die van de vennootschap. Problematiek van deze aard speelt in het bijzonder bij de decharge. De Hoge Raad heeft enkele richtinggevende arresten gewezen over de vraag of de kennis die een aandeelhouder uit anderen hoofde heeft, geldt als kennis van de ava die decharge verleent. Zie daarover par. 11.7.
283. Indien de individuele aandeelhouder zijn kennis heeft opgedaan bij werkzaamheden die hij heeft verricht ‘als aandeelhouder’, is toerekening van diens kennis aan de algemene vergadering en daarmee aan de rechtspersoon wel eerder gerechtvaardigd. Daarbij denk ik aan het geval dat een (groot)aandeelhouder op verzoek van de algemene vergadering plaats neemt in bijvoorbeeld de commissie die de rekrutering van een nieuwe bestuurder ter hand neemt. Stel dat de aandeelhouder daarbij kennis over het arbeidsverleden van een van de kandidaten opdoet die hij niet deelt met de algemene vergadering. Vervolgens stemt de algemene vergadering voor benoeming van de kandidaat als bestuurder. Mag de bestuurder er in dat geval op rekenen dat de rechtspersoon de kennis draagt die de individuele aandeelhouder in de rekruteringscommissie heeft verkregen? Naar mijn idee zal dit vaak zo zijn, maar niet als regel. Het zal veelal afhangen van de verdere communicatie tussen de kandidaat-bestuurder en de aandeelhouders. Is de nieuw te benoemen bestuurder aanwezig bij de beraadslaging in de ava over zijn benoeming en komt het heikele onderwerp niet aan de orde, dan zal de kandidaat-bestuurder er niet snel op mogen vertrouwen dat de informatie over het relevante onderwerp met de ava is gedeeld. Is hij daarbij echter niet aanwezig, dan zal eerder zijn vertrouwen worden gehonoreerd dat het onderwerp in de ava is besproken en door de rechtspersoon is meegewogen bij de beslissing tot benoeming. Met andere woorden: kennistoerekening hangt in deze situatie te veel af van de omstandigheden van het geval om kennistoerekening als regel te kunnen aannemen.