Stil pandrecht op vorderingen op naam
Einde inhoudsopgave
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/197:197 Eigen opvatting
Stil pandrecht op vorderingen op naam (O&R nr. 43) 2007/197
197 Eigen opvatting
Documentgegevens:
mr. ing. A.J. Verdaas, datum 20-10-2025
- Datum
20-10-2025
- Auteur
mr. ing. A.J. Verdaas
- JCDI
JCDI:BSD29657:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar mijn mening is een toekomstige vordering voor stille verpanding vatbaar indien er enige rechtsbetrekking is tussen de pandgever en de debiteur en die rechtsverhouding (mede) de aanleiding vormt voor het ontstaan van die vordering. Dat nadere rechtshandelingen nodig zijn voordat de vordering deel gaat uitmaken van het vermogen van de pandgever, alsmede dat die rechtsbetrekking niet de uiteindelijke bron van de vordering vormt, is daarbij irrelevant. Is sprake van een relatief toekomstige vordering, dan zien deze vereisten op de rechtsbetrekking tussen de oorspronkelijke schuldeiser en de debiteur. De in deze paragraaf gegeven ruime interpretatie van het vereiste ‘rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding’ van art. 3:239 lid 1 BW is in overeenstemming met het in hoofdstuk 2 geformuleerde uitgangspunt dat stille verpanding van vorderingen op ruime schaal mogelijk moet zijn. Dat wil niet zeggen dat ik ervoor wil pleiten de beperking van de mogelijkheid tot stille verpanding van toekomstige vorderingen te handhaven. Zie over deze vraag hierna paragraaf 8.4.