De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.20.3:IV.20.3 Intrekking van een rechtmatige beschikking (§ 49 VwVfG)
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.20.3
IV.20.3 Intrekking van een rechtmatige beschikking (§ 49 VwVfG)
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS380185:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in § 49 VwVfG wordt onderscheid gemaakt tussen belastende en de begunstigende beschikkingen. Een belastende beschikking kan op grond van het eerste lid ex nunc worden ingetrokken, tenzij op grond van de bijzondere wet een beschikking met dezelfde inhoud moet worden gegeven of intrekking op andere gronden niet is toegestaan. Evenals in § 48 lid 1 VwVfG het geval is, betreft het ook hier een beleidsvrije bevoegdheid tot intrekking. Ten aanzien van de intrekking van een begunstigende beschikking, geldt hetgeen is bepaald in § 49 lid 2 e.v. VwVfG. In het tweede lid is een vijftal intrekkingsgronden opgenomen. Doet een van deze gronden zich voor, dan mag het bestuursorgaan de beschikking ex nunc intrekken. Het betreft een beleidsvrije bevoegdheid. In het derde lid is een bevoegdheid tot intrekking ten aanzien van de zogenaamde Leistungs-beschikkingen opgenomen. Het bestuursorgaan kan op grond van deze bepaling tot intrekking overgaan indien de Leistung niet meteen of niet meer voor het doel waarmee deze is gegeven wordt aangewend (sub 1), dan wel indien niet (tijdig) in overeenstemming wordt gehandeld met een aan de Leistungs-beschikking verbonden voorwaarde (sub 2). Geschiedt intrekking op een van deze gronden, dan mag deze intrekking met terugwerkende kracht plaatsvinden. Dit heeft tot gevolg dat reeds betaalde Leistungen op grond van § 49a VwVfG kunnen worden teruggevorderd.
Wordt een begunstigende beschikking op grond van § 49 leden 2 en 3 VwVfG ingetrokken, dan geldt de in § 48 lid 4 VwVfG neergelegde termijn. Vanaf het moment waarop bij het bestuursorgaan alle voor intrekking relevante informatie bekend is, heeft het bestuursorgaan 1 jaar de tijd om de daadwerkelijke intrekkingsbeslissing te nemen. Verstrijkt deze termijn ongebruikt, dan vervalt de bevoegdheid tot intrekking. Voorts bepaalt het zesde lid van § 49 VwVfG dat wanneer een beschikking op grond van het tweede lid, nummers 3 t/m 5 wordt ingetrokken, het bestuursorgaan de schade dient te vergoeden die de geadresseerde lijdt, doordat hij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op het in stand blijven van de beschikking. Het betreft de intrekking vanwege gewijzigde feiten (nr. 3), de intrekking vanwege een wijziging van het recht (nr. 4) en de intrekking vanwege ernstige schade voor het algemeen welzijn (nr. 5). De gedachte is dat ingeval van intrekking op de andere in § 49 leden 2 en 3 VwVfG genoemde gronden, de geadresseerde op enigerlei wijze rekening moet houden met een intrekkingsbesluit en dus niet mocht vertrouwen op het in stand blijven van de beschikking.