De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.20.2:IV.20.2 Intrekking van een onrechtmatige beschikking (§ 48 VwVfG)
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/IV.20.2
IV.20.2 Intrekking van een onrechtmatige beschikking (§ 48 VwVfG)
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS380184:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Beschikkingen die in strijd met het recht zijn gegeven, dus vanaf het moment van verlening onrechtmatig zijn, kunnen op grond van § 48 VwVfG worden ingetrokken. Onderscheid wordt gemaakt tussen belastende en begunstigende beschikkingen. Ten aanzien van de belastende beschikkingen bepaalt het eerste lid van § 48 VwVfG dat deze kunnen worden ingetrokken. Het betreft een beleidsvrije bevoegdheid. Het bestuursorgaan dient aldus een belangenafweging te maken alvorens tot intrekking over te gaan. Onder omstandigheden bestaat een verplichting tot intrekking, bijvoorbeeld wanneer het gelijkheidsbeginsel daartoe noopt.
De intrekking van een onrechtmatige begunstigende beschikking is uitgebreider genormeerd. § 48 VwVfG maakt onderscheid tussen de zogenaamde Leistungs-beschikkingen en overige begunstigende beschikkingen. Ten aanzien van de Leistungs-beschikkingen bepaalt het tweede lid van § 48 VwVfG dat deze niet mogen worden ingetrokken wanneer sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van de geadresseerde. Verder worden in deze bepalingen aanwijzingen gegeven voor het antwoord op de vraag wanneer al dan niet sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen. Wanneer de geadresseerde heeft gedisponeerd, wordt in de regel aangenomen dat hij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op het in stand blijven van de beschikking. Gerechtvaardigd vertrouwen ontbreekt onder meer wanneer de geadresseerde onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. In laatstgenoemd geval wordt de beschikking in de regel ex tunc ingetrokken.
Wat betreft de intrekking van de overige begunstigende beschikkingen bepaalt het derde lid van § 48 VwVfG dat wanneer deze wordt ingetrokken, het bestuursorgaan de schade dient te vergoeden die de geadresseerde lijdt, doordat hij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op het in stand blijven van de beschikking. Deze bepaling schrijft dus enkel voor dat wanneer de beschikking wordt ingetrokken, een schadevergoedingsverplichting bestaat. Over de vraag of intrekking mag plaatsvinden, bepaalt het derde lid niets. Voor het antwoord op die vraag dient te worden teruggevallen op het eerste lid van § 48 VwVfG, waarin een beleidsvrije bevoegdheid tot intrekking van onrechtmatige beschikkingen is neergelegd. Het bestuursorgaan dient dus, alvorens tot intrekking over te gaan, een belangenafweging te maken. Wanneer uiteindelijk tot intrekking wordt overgegaan, waardoor een schadevergoedingsplicht voor het bestuursorgaan ontstaat, geldt dat de geadresseerde in de positie moet worden gebracht als ware de beschikking niet gegeven. Een en ander wordt aangeduid als negative Interesse. De geadresseerde dient de aanspraak op schadevergoeding geldend te maken binnen een jaar nadat het bestuursorgaan hem heeft gewezen op de mogelijkheid van schadevergoeding.
Belangrijk is tot slot het vierde lid van § 48 VwVfG. Daarin is een vervaltermijn neergelegd die geldt wanneer een begunstigende beschikking wordt ingetrokken. Wanneer alle voor intrekking relevante feiten bij het bestuursorgaan bekend zijn, dient deze binnen 1 jaar tot intrekking over te gaan. Gebeurt dit niet, dan vervalt de bevoegdheid tot intrekking. De termijn geldt niet wanneer de beschikking is gegeven ten gevolge van opzettelijk bedrog, bedreiging of omkoping.