Einde inhoudsopgave
Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (FM nr. 147) 2016/II.5.10.3
II.5.10.3 Overeenkomsten en verschillen tussen obligaties en andere leningen
W.J. Blokland, datum 01-06-2016
- Datum
01-06-2016
- Auteur
W.J. Blokland
- JCDI
JCDI:ADS501494:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook J.M.F. Finkensieper, annotatie bij: HR 15 maart 1995, BNB 1996/243; Nieuwenhuizen, aantekening bij HvJ 6 februari 1997, zaak C-80/95, FED 1997/158; P.C.J. Oerlemans, ‘Door het Harnas-arrest in het Harnas gejaagd’, WFR 1998/691; D.B. Bijl, M.E. van Hilten & D.G. van Vliet 2001, Europese BTW en Nederlandse omzetbelasting, Deventer: Kluwer 2001, p. 37-38; Van Norden 2007, p. 105; Henkow 2008, p. 169-171. Anders: R. de la Feria, ‘When do dealings in shares fall within the scope of VAT?’, EC Tax Review 2008, p. 35-36.
Het verschil tussen obligaties en andere leningen is, ten slotte, vooral gelegen in de belichaming van de lening in een waardepapier bij een obligatie. Afgezien daarvan bestaan vooral overeenkomsten. Zo is het recht op vergoeding van rente in beide gevallen accessoir aan het recht op de hoofdsom van de lening en in beide gevallen stelt de crediteur een deel van zijn kapitaal in geld ter beschikking aan de lener. Er bestaat daarom meer aanleiding obligaties op dezelfde voet te behandelen met andere leningen dan op dezelfde voet met aandelen. De belichaming in een waardepapier zou er niet toe behoren te doen. Een levering van goederen wordt, bijvoorbeeld, ook niet verschillend behandeld al naargelang de eigendom is vastgelegd in een waardepapier, zoals een cognossement. Het is naar mijn mening daarom logischer een consequent onderscheid te maken tussen eigen vermogen en vreemd vermogen casu quo tussen deelnemingen enerzijds en obligaties en andere leningen anderzijds.1