Einde inhoudsopgave
Het legaliteitsbeginsel en de doorwerking van Europees recht (Meijers-reeks) 2016/4.4.2
4.4.2 Richtlijnen als bron van strafrechtelijke aansprakelijkheid?
J.G.H. Altena, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
J.G.H. Altena
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De Commissie heeft tweemaal minimumsancties voorgesteld in richtlijnvoorstellen, maar stuit daarbij vooralsnog op bezwaren uit de Raad en het Parlement. Zie het Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, COM(2012)363 en het Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad, COM(2013) 42. Bij het Verdrag van Amsterdam was een verklaring opgenomen inhoudende dat gebruikmaking van de bevoegdheid van artikel K.3 sub e (de bevoegdheid minimumvoorschriften uit te vaardigen met betrekking tot de bepaling van strafbare feiten en sancties), lidstaten die geen minimumstraffen kennen niet zal dwingen tot het opnemen daarvan. Deze verklaring is niet opgenomen bij het Verdrag van Lissabon.
HvJ EG 26 februari 1986, 152/84, ECLI:EU:C:1986:84 (Marshall I), r.o. 48.
HvJ EG 8 oktober 1987, 80/86, ECLI:EU:C:1987:431, r.o. 13 (Kolpinghuis).
HvJ EG 5 april 1979, 148/78, ECLI:EU:C:1979:110 (Ratti).
Kan in een richtlijn strafrechtelijke aansprakelijkheid worden gevestigd? Richtlijnen kunnen alle onderdelen van de strafbepaling dwingend omschrijven. Met ‘dwingend omschrijven’ wordt bedoeld dat lidstaten verplicht zijn gevolg te geven aan de richtlijn. Wanneer zij niet voldoen aan de verplichtingen uit de richtlijn, schenden zij het Europees recht. Ten eerste kan, indien totale harmonisatie is beoogd, dwingend worden voorgeschreven welke gedragingen verboden moeten zijn en welke toegestaan. De formulering van de delictsomschrijving staat weliswaar vrij aan de lidstaat, maar het spreekt voor zich dat het gebruik maken van die vrijheid al snel een risico tot over- of ondercriminalisering veroorzaakt. De reikwijdte van de bepaling wordt voorgeschreven door het Europees recht. Ook het feit dat een gedraging een strafbaar feit moet vormen naar nationaal recht kan dwingend worden voorgeschreven. Ten derde kunnen de aard en de hoogte van de sanctie dwingend worden voorgeschreven. Tot op heden is daarbij uitsluitend gebruik gemaakt van minimummaximumsancties, maar het is niet uitgesloten dat in de toekomst ook gebruik zal worden gemaakt van minimumsancties.1
De formulering van een gedragsomschrijving, strafbaarstelling en minimum-maximumsanctie in richtlijnen is echter uitsluitend dwingend ten aanzien van de lidstaten. Als een lidstaat niet voldoet aan een dergelijke dwingend omschreven verplichting, kan de Commissie jegens de lidstaat handhavend optreden. Daarnaast kan op decentraal niveau de rechter het Europees recht handhaven. Richtlijnen kunnen echter geen verplichtingen in het leven roepen voor individuen – slechts indien zij rechten kunnen ontlenen jegens de staat kunnen individuen zich op de richtlijn beroepen.2 Voor het strafrecht betekent dit dat richtlijnen de strafrechtelijke aansprakelijkheid van individuen niet kunnen uitbreiden. Indien de delictsomschrijving in het nationale recht minder gedragingen omvat dan de richtlijn, kan niet op grond van de richtlijn een veroordeling volgen.3 Indien meer gedragingen strafbaar zijn gesteld in het nationale recht dan op grond van de richtlijn was voorgeschreven (en zulks niet is toegestaan op grond van de richtlijn), heeft de richtlijn wel voorrang en moet de nationale bepaling voor zover in strijd met de richtlijn buiten toepassing worden gelaten.4 Indien het nationale recht wel een verbodsbepaling kent, maar deze uitsluitend bestuursrechtelijk handhaaft, kan de verplichting tot strafbaarstelling uit de richtlijn evenmin rechtstreeks fungeren als grondslag voor strafrechtelijk optreden. Als laatste kan de richtlijn, indien de maximumstraf naar nationaal recht onder het minimum van de richtlijn ligt, niet rechtstreeks leiden tot een strafverzwaring. Schematisch ziet dit er als volgt uit:
Figuur 4.2: Richtlijnen in het schema van Koopmans/Bleichrodt, Verbaan & Verbeek
1) gedragsomschrijving
2) strafbaarstelling
3) sanctienorm
Dwingend omschreven (bij totale harmonisatie) of niet dwingend omschreven (bij minimumharmonisatie)
Dwingend omschreven
Binnen bandbreedte dwingend omschreven (minimum-maximumstraf)
Heeft geen rechtstreekse werking*
Heeft geen rechtstreekse werking
Heeft geen rechtstreekse werking
Delictsomschrijving
Het is wel mogelijk dat de nationale strafbepaling gedeeltelijk buiten toepassing moet blijven indien deze meer strafrechtelijke aansprakelijkheid vestigt dan is toegestaan.
Hieruit volgt dat een richtlijn nooit een rechtstreekse bron kan vormen van strafrechtelijke aansprakelijkheid.