Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/5.6.3.1
5.6.3.1 Ontbinding en vereffening
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS390347:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Opzegging door de vennoten dient overigens altijd in overeenstemming met de redelijkheid en billijkheid plaats te vinden. Dit betekent onder andere dat er een redelijke termijn in acht moet worden genomen. Een chirurg die bijvoorbeeld een dag voor zijn vertrek opzegt, doet dit niet in overeenstemming met de redelijkheid en billijkheid. Zijn compagnons worden immers in dat geval gedwongen om per direct zijn gehele praktijk over te nemen: de wachtkamer zal de volgende dag alweer vol zitten. Daarnaast dient de opzegging aan alle vennoten te worden gericht. Opzeggen aan een deel van de vennoten in niet voldoende.
Ook de goederenrechtelijke consequenties worden vaak uitgedacht (zie paragraaf 5.6.2.4).
Huizink 2014, p. 69 en Tervoort 2015, p. 219.
Art. 10 lid 3 sub c jo. Sub e Hrgw 2007.
Mohr & Meijers 2013, p. 250.
Huizink 2014, p. 75.
Kroeze, Timmerman & Wezeman 2013, p. 211.
Zie bijvoorbeeld HR 18 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:948, NJ 2014/507 (Vereniging Martijn).
Tenzij alle leden uittreden.
Van Schilfgaarde 2013, p. 390
De maatschap
Bij het beëindigen van de maatschap speelt het karakter van de maatschap, als overeenkomst, een belangrijke rol. Dit betekent namelijk dat beëindiging van de maatschap, ontbinding van de overeenkomst inhoudt. Ontbinding van een maatschapscontract heeft geen terugwerkende kracht, maar werkt ex nunc. Uit het hiervoor besproken intuitu personae karakter van de maatschap volgt dat elke verandering in de samenstelling van de maten in beginsel leidt tot het eindigen (en dus de ontbinding) van de maatschap. Op grond van de wet (artikel 7A:1683 BW e.v.) wordt de maatschapsovereenkomst namelijk ontbonden door opzegging1 van een vennoot aan de andere vennoten, door de dood of de curatele van een van hen, of indien een van de vennoten in staat van faillissement wordt verklaard.
Ook kan de rechter, zoals hiervoor reeds besproken bij de toe- en uittredingsmogelijkheden, op vordering van elke vennoot de maatschap ontbinden op grond van gewichtige redenen (artikel 7A:1684 BW).
In veel gevallen wordt er overigens bij het aangaan van de maatschapsovereenkomst al nagedacht over de (algemene) mogelijkheden tot opzeggen en uittreden van de vennoten (en dus: het einde2 van de maatschap). Deze afspraken hoeven echter niet altijd ruimer te zijn opgesteld dan de mogelijkheden die de wet biedt; zij kunnen de mogelijkheden die de wet biedt ook beperken of zelfs uitsluiten. Dergelijke clausules kunnen, zoals gezegd, echter nooit aan de mogelijkheid tot rechterlijke ontbinding op grond van artikel 7A:1684 BW in de weg staan.3
De ontbinding van de maatschap dient in het handelsregister te worden ingeschreven, zodat ook derden hiervan op de hoogte kunnen zijn. Bij de opgaaf dienen ook de persoonsgegevens van de vereffenaars te worden vermeld.4 Na ontbinding volgt vereffening en verdeling van het vermogen van de maatschap. Op grond van artikel 3:170 BW zijn de vennoten hiermee gezamenlijk belast. Ook hieromtrent kunnen echter andere afspraken worden gemaakt in de vennootschapsovereenkomst (artikel 3:168 BW). De vereffenaars hebben de taak om, ter voorbereiding op de verdeling van het vermogen, alle zaaksschulden te voldoen en alle vorderingen van de vennootschap te innen (te vereffenen).5 Pas na voldoening van alle schuldeisers komen de vennoten zelf aan bod: de activa die overblijven dienen te worden verdeeld onder de vennoten. Dit alles met inachtneming van hun inbreng (voor zover mogelijk en noodzakelijk wordt deze terug geleverd) en hun aandeel in de winst.6 Wanneer tijdens de vereffening blijkt dat er onvoldoende saldo is om de zaakscrediteuren te voldoen, kan de vereffenaar van de vennoten verlangen dat zij dit tekort aanzuiveren naar evenredigheid van hun aandeel in het verlies van de maatschap (artikel 7A:1666 BW).7 Privé-schuldeisers kunnen zich pas na verdeling op vermogensbestanddelen van de vennootschap verhalen, wanneer deze aan de betreffende vennoot zijn uitgekeerd.
Ontbinding en vereffening van rechtspersonen
Een rechtspersoon wordt opgericht voor onbepaalde tijd en kan dus, in tegenstelling tot de maatschap, niet voor een bepaalde termijn worden aangegaan (artikel 2:17 BW). Ook voor rechtspersonen geldt dat de term ‘ontbinding’ het einde van zijn bestaan aangeeft. Door ontbinding loopt de rechtspersoon ten einde, maar hij blijft bestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is (artikel 2:19 lid 5 BW). De wet bevat in afdeling 1 van Boek 2 BW een duidelijk dwingendrechtelijk en limitatief regime voor de ontbinding van rechtspersonen. In artikel 2:19-2:21 BW worden de gronden voor ontbinding opgesomd. Voorbeelden van ontbindingsgronden zijn een besluit hiertoe van de algemene vergadering, statutaire ontbindingsgronden (bijvoorbeeld het voltooien van een bepaald werk), faillietverklaring (artikel 2:19 lid 1 sub a-f BW), het niet voldoen aan de wettelijke omschrijving van de rechtsvorm (artikel 2:21 BW) of het uitvoeren van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde of goede zeden (artikel 2:20 BW).8 Voor de coöperatie geldt in het bijzonder dat zij ontbonden wordt bij het ontbreken van leden (artikel 2:19 sub d BW).
Zoals in de vorige paragraaf al aan de orde kwam, heeft het uittreden van aandeelhouders of leden,9 anders dan bij de maatschap, geen invloed op het bestaan van de kapitaalvennootschap of coöperatie. Eigen aan het karakter van een rechtspersoon is immers dat deze voor zijn bestaan niet afhankelijk is van oprichters, aandeelhouders of leden.10
Voor een coöperatie waarbij gekozen is voor het stelsel van W.A. of B.A. geldt, op grond van artikel 2:55 BW, een bijzondere regel bij ontbinding. In deze gevallen zijn de leden van de coöperatie, en zij die minder dan tien jaar voor de ontbinding lid waren, namelijk jegens de coöperatie aansprakelijk voor een eventueel tekort bij ontbinding (lid 1). Dit betreft in beginsel een aansprakelijkheid voor gelijke delen. De statuten kunnen echter anders bepalen (lid 2). Wanneer een van de (oud-)leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort niet kan voldoen dan zijn de overige (oud-) leden voor dit bedrag naar evenredigheid aansprakelijk (lid 3).
Ook de ontbinding van een rechtspersoon moet in het handelsregister ingeschreven worden (artikel 2:19 lid 3 BW). De Kamer van Koophandel doet vervolgens van deze opgaaf mededeling in de Staatscourant of op haar website (artikel 24 Hrgw). Vanaf het moment van deze publicatie geldt de ontbinding tegenover derden (artikel 25 Hrgw jo. artikel 2:6 BW).
Voor rechtspersonen bevat de wet ook wat betreft de vereffening van hun vermogen na ontbinding een duidelijke en dwingendrechtelijke regeling. In het geval van vrijwillige ontbinding geldt dat de bestuurders worden aangewezen als vereffenaars, maar de statuten kunnen ook anders bepalen. Wanneer de rechter de rechtspersoon ontbindt, benoemt de rechter de vereffenaars (artikel 2:23 BW). De vereffenaars hebben op grond van artikel 2:23a BW gedurende de vereffening dezelfde bevoegdheden als een bestuurder. Dit betekent dat zij dus bevoegd zijn tot vertegenwoordiging van de rechtspersoon in liquidatie, maar ook dat zij voor hun handelen aansprakelijk kunnen zijn jegens de rechtspersoon of schuldeisers. Wanneer de vereffenaars vermoeden dat de schulden de baten overtreffen, dienen zij op grond van artikel 2:23 a lid 4 BW het faillissement van de rechtspersoon aan te vragen. De Faillissementswet kent een eigen regeling voor vereffening waarop hier niet verder zal worden ingegaan nu dit het onderwerp van dit onderzoek te buiten gaat.
Zoals hiervoor al aan de orde kwam, is er bij de rechtspersonen slechts vereffening nodig voor zover er baten (vermogensbestanddelen) zijn (artikel 2:19 lid 4 BW). De vereffening eindigt dan op het moment dat er geen baten meer zijn. Dat is ook het moment dat de rechtspersoon ophoudt te bestaan. In sommige gevallen zal de vereffening enige tijd in beslag nemen. De rechtspersoon dient dan de woorden ‘in liquidatie’ achter haar naam zetten (2:19 lid 5 BW).