Einde inhoudsopgave
Toerekening van kennis aan rechtspersonen (O&R nr. 98) 2017/7.12.3
7.12.3 Regres op de werkgever
mr. B.M. Katan, datum 01-01-2017
- Datum
01-01-2017
- Auteur
mr. B.M. Katan
- JCDI
JCDI:ADS600768:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over deze regresrechten uitgebreid Engelhard 2003 en Engelhard 2011.
TK 1985-1986, 19529, nr. 3 (MvT), p. 34.
Van Boom 2000, p. 79; Engelhard 2003, p. 362.
Van Boom 2000, p. 80-81; Engelhard 2003, p. 364.
Van Boom 2000, p. 81. Engelhard 2003, p. 365. Engelhard vindt overigens geen van de aangedragen argumenten erg overtuigend.
HR 4 oktober 1991, NJ 1992/410, r.o. 3.2.
HR 27 november 2009, JA 2010/15, r.o. 3.4.
Dit overwoog de Hoge Raad eerder al in HR 7 december 1990, NJ 1991/596 (Ziekenfonds Zwolle/Technisch Bureau De Vries), r.o. 3.2.1.
HR 27 november 2009, JA 2010/15.
HR 27 november 2009, JA 2010/15, r.o. 3.4.
233. Diverse sociale wetten bepalen dat de sociale verzekeraar of uitkeringsinstantie voor de krachtens de desbetreffende wet gemaakte kosten verhaal kan nemen op – kort gesteld – de veroorzaker van de schade. Voorbeelden zijn art. 90 lid 1 en 3 WAO, art. 99 lid 1 en 4 WIA, art. 52a ZW en art. 61 lid 1 Anw.1 Aan private verzekeraars komt een vergelijkbaar verhaalsrecht toe: de vordering van de verzekerde op derden – dus ook op zijn werkgever – ter zake van door hem geleden schade gaat bij wijze van subrogatie over op de verzekeraar, voor zover de verzekeraar de schade vergoedt; zie art. 7:962 lid 1 BW. Deze verhaalsrechten kennen echter een belangrijke beperking: een verhaalsrecht op de werkgever bestaat slechts voor zover de schadeveroorzakende gebeurtenis is te wijten aan de opzet of bewuste roekeloosheid van de werkgever. Zie art. 91 lid 1 WAO, art. 100 lid 1 WIA, art. 52b ZW en art. 62 lid 1 Anw. Art. 7:962 lid 3 BW bedoelt een soortgelijke beperking te bewerkstelligen. De tweede zin van art. 7:962 lid 3 BW ziet volgens de MvT op het geval dat de werkgever de schade veroorzaakt door opzet of (in de toen geldende terminologie) grove schuld.2
De ratio voor dit ‘werkgeversverweer’ is ten eerste gelegen in het premieargument: de werkgever draait al via de sociale premies op voor de kosten van de sociale verzekering. Een verhaalsrecht zou dan neerkomen op ‘bis in idem’.3 Ten tweede wordt wel het solidariteitsargument gehanteerd: de onderneming vormt een eenheid waarbinnen een zekere mate van solidariteit moet gelden tussen degenen die sociale premies moeten betalen.4 Tot slot zou verhaal de arbeidsrust verstoren: indien werkgever en werknemer in de toekomst nog met elkaar moeten samenwerken, is uitoefening van het verhaal belastend.5
234. Is de werkgever een rechtspersoon, dan is de vraag wiens opzet of bewuste roekeloosheid in dit verband geldt als die ‘van de werkgever’. Over deze vraag besliste de Hoge Raad in de arresten Anthony Veder6 en Schulpen Schuim. 7
Anthony Veder draaide om een explosie op een gastanker waarbij twee werknemers van de eigenaar van de gastanker, Anthony Veder Gas Carriers BV, schade leden. De bedrijfsvereniging en het ziekenfonds zochten verhaal bij de werkgever. Volgens hen was de explosie te wijten aan de bewuste roekeloosheid van de kapitein en de gasdeskundige op het schip en gold hun bewuste roekeloosheid als die van de werkgever. Volgens de Hoge Raad past de beperking van de verhaalsmogelijkheid in het systeem dat de sociale verzekeraar geen regres moet kunnen nemen op hen die tot de ‘kring der onderneming’ behoren. Gezien dit uitzonderingskarakter zal niet spoedig mogen worden aangenomen dat sprake is van opzet en bewuste roekeloosheid van de werkgever.8 Tegen deze achtergrond en gelet ook op hun positie in het maatschappelijk verkeer geldt opzet of bewuste roekeloosheid van een kapitein of werktuigkundige bij de uitoefening van hun taak aan boord van een schip niet als opzet of bewuste roekeloosheid van de werkgever in de zin van art. 91 WAO, 52b Zw en 83c Ziekenfondswet.
Het uitzonderingskarakter van de desbetreffende wetsbepalingen, gegrond op de rationes zoals hiervoor omschreven, maakt dus dat de opzet van slechts een zeer beperkte kring personen kan gelden als opzet van de werkgever.
235. Hoe ruim die kring kan worden getrokken, werd uitgemaakt in Schulpen Schuim.9 In die zaak was een uitzendkracht ernstig gewond geraakt door een carrouselsnijmachine. De Hoge Raad wees wederom op het uitzonderingskarakter van het verhaalsrecht op de werkgever. Voor de beantwoording van de vraag wiens handelen of nalaten kan gelden als opzet of bewuste roekeloosheid van de werkgever die rechtspersoon is, zal in het algemeen bepalend zijn of de positie van de desbetreffende persoon:
“binnen de kring van de onderneming in het maatschappelijk verkeer met die van de – voor de organisatie van de betrokken werkzaamheden verantwoordelijke – bestuurder van de rechtspersoon op één lijn gesteld kan worden.”10