Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/6.5.3.3
6.5.3.3 Inlichtingenbevoegdheid en inzagebevoegdheid
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS602224:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Hof ’s-Gravenhage 23 april 2013, JOR 2013/209, m.nt. Nuyten (Difotrust), r.ov. 2.12.
Art. 5:17 Awb. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is de toezichthouder bevoegd om de gegevens en bescheiden voor korte tijd mee te nemen tegen afgifte van een schriftelijk bewijs (art. 5:17, lid 3, Awb).
Kamerstukken II, 1993-1994, 23700, nr. 3, p. 144; en Kamerstukken II, 1994-1995, 23700, nr. 5, p. 71.
De rechtbank lijkt te menen dat de inzagevordering bedoeld is voor gebruik bij een onderzoek ter plaatse en de inlichtingenvordering voor het schriftelijk vorderen van informatie in andere situaties. Daarom vormt volgens haar óók de inlichtingenbevoegdheid een basis om kopieën te vorderen. Zie Rb Rotterdam 21 februari 2013, JOR 2013/139,m.nt. Nuyten en Rotterdam 22 juni 2012, JOR 2012/257,m.nt. Nuyten (onder JOR 2012/258). Nuyten betoogt echter, naar mijn mening terecht, dat de inlichtingenbevoegdheid bedoeld is voor het opvragen van informatie, ongeacht of qdeze in documenten is neergelegd en ongeacht of de toezichthouder bekend is met het bestaan van die documenten. De inzagebevoegdheid is volgens haar bedoeld voor het opvragen van concrete documenten, ook als de toezichthouder niet weet welke informatie deze documenten bevatten (zie Nuyten 2013a, nr. 7). Zie ook Roth & Van Eersel 2013, p. 598-600.
Zie Nuyten 2013b, nr. 3.
Zie Nuyten 2013a, nr. 9.
Toezichthouders hebben de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen.1 De toezichthouder kan verlangen dat de gevraagde inlichtingen op schrift worden verstrekt, zo nodig door opstelling van een nieuw document.2 Daarnaast kan hij inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden. Van die zakelijke gegevens en bescheiden mogen zij bovendien kopieën maken.3 De bevoegdheid om inzage te vorderen is niet beperkt tot papieren gegevens en bescheiden, maar omvat ook inzage in gegevens die langs elektronische weg zijn vastgelegd.4
Er bestaat enige onduidelijkheid over de wijze waarop de inlichtingenbevoegdheid en de inzagebevoegdheid zich tot elkaar verhouden.5 Duidelijk is niettemin dat de toezichtmedewerker, op de ene dan wel de andere grond, de voor hem benodigde informatie kan opvragen in desgewenst mondelinge, schriftelijke of gekopieerde vorm. Uiteraard is hij wel gebonden aan het proportionaliteitsbeginsel. Zo moet er een redelijke aanleiding zijn om de informatie op te vragen.6 Ook de vorm waarin de informatie wordt opgevraagd, moet voor de burger zo min mogelijk belastend zijn. Dat betekent soms dat de burger zelf een kopie kan maken en opsturen. Bij grotere hoeveelheden informatie kan het minder belastend zijn om (ter plaatse) inzage te geven in de administratie en de toezichthouder zelf kopieën te laten maken.7