Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.5.1.4
II.5.1.4 Intrekking van een belastende beschikking
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS375262:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
CRvB 13 augustus 2008, RSV 2008/330. Zie voorts CRvB 26 november 1970, AB 1973/86.
Van Wijk/Konijnenbelt en Van Male 2014, p. 310, Addink 1999, p. 121 en Schlössels en Zijlstra 2010, p. 439.
Zie ook Dieperink 2003, p. 59. Zij stelt: ‘Vindt binnen een twee-partijen-verhouding intrekking plaats van een beschikking met een overwegend belastend karakter, dan zal vanzelfsprekend door de direct-belanghebbende niet snel een beroep op gerechtvaardigde verwachtingen worden gedaan.’ Vgl. Ortlep 2011, p. 403.
Verheij 1997, p. 68. In dezelfde zin: De Graaf en Marseille 2005, p. 315.
ABRvS 22 maart 2001, AB 2001/195 m.nt. De Gier en BR 2001, p. 778 m.nt. De Vries (Intrekking dwangsom Nunspeet).
PG Awb I, p. 273.
Ortlep 2011, p. 404 en 416.
Model Rules Book III, p. 141.
Zie voorts het Duitse stelsel, waarin ook ten aanzien van de intrekking van belastende beschikkingen de verplichting bestaat belangen af te wegen alvorens tot intrekking over te gaan. Ook hier is intrekking enkel vanwege het belastende karakter van een beschikking geen automatisme. Zie paragraaf 17.3 en 18.2.
De intrekking van een beschikking kan ook begunstigend zijn voor de geadresseerde. Dit is het geval wanneer een voor de geadresseerde belastende beschikking wordt ingetrokken. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de intrekking van een sanctiebesluit.
De prominente rol van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur bij intrekking van begunstigende beschikkingen ligt voor de hand, nu de geadresseerde een voor hem gunstige rechtspositie wordt ontnomen. Door de intrekking van een belastende beschikking komt de geadresseerde echter in een voordeliger positie terecht. De rol van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur is dan ook een andere.
Het materiële rechtszekerheidsbeginsel verzet zich zoals gezegd onder omstandigheden tegen de intrekking met terugwerkende kracht. Wanneer de geadresseerde met terugwerkende kracht een eerder toegekend recht wordt ontnomen, betekent dit in de regel dat ongedaanmaking plaats zal moeten vinden, bijvoorbeeld door terugbetaling of feitelijke ongedaanmaking. De intrekking van een belastende beschikking zorgt er daarentegen voor dat de direct-belanghebbende in een voordeliger positie komt. Het ligt dan ook niet voor de hand dat hij in dat geval bezwaar heeft tegen een intrekking met terugwerkende kracht. Aan de rechtsonzekerheid komt dan maar beperkt betekenis toe. Een en ander wordt ondersteund door de rechtspraak. Zo overwoog de CRvB ten aanzien van een besluit tot verlaging van een eigen bijdrage:
‘Met betrekking tot het besluit van 5 september 2005 voorzover betrekking hebbend op de verlaging van de eigen bijdrage voor de periode van 30 juni 2003 tot en met 31 december 2003 en van 1 januari 2004 tot en met 26 februari 2004 […] is naar het oordeel van de Raad geen sprake van strijd met de rechtszekerheid, nu dit besluit ten opzichte van de eerdere besluiten van 23 februari 2004 en 18 oktober 2004 een verbetering van de rechtspositie van appellante inhoudt.’1
Dat het rechtszekerheidsbeginsel zich niet verzet tegen een (voor de geadresseerde) begunstigende intrekking met terugwerkende kracht vindt steun in de literatuur, waarin de materiële rechtszekerheid hoofdzakelijk wordt besproken in het kader van een voor de geadresseerde belastende intrekking.2
De geadresseerde zal voorts, wanneer een belastende beschikking wordt ingetrokken, ook niet snel een beroep doen op het vertrouwensbeginsel om de intrekking te pareren.3 Ik ben het dan ook met Verheij eens wanneer hij stelt dat het terugnemen van een zuiver belastende beschikking zonder meer mogelijk is, nu daardoor geen belangen van derden worden geschaad.4 Een beroep op het vertrouwensbeginsel kan onder omstandigheden echter wel aanleiding vormen om een belastende beschikking in te trekken. Een voorbeeld biedt de uitspraak inzake de intrekking van een door het college van B&W van de gemeente Nunspeet opgelegde last onder dwangsom uit 2001.5 De eigenaar van een camping wilde zijn camping uitbreiden en had daartoe een stuk grond in gebruik genomen. Dit stuk grond was ingemeten in het bijzijn van een gemeenteambtenaar die werkzaam was bij de afdeling Bouwen en Wonen en die in dat kader ook was belast met handhaving. Achteraf bleek echter dat de ingebruikname in strijd was met het bestemmingsplan en burgemeester en wethouders legden een last onder dwangsom op. De camping- eigenaar deed een beroep op het vertrouwensbeginsel: de grond was ingemeten in tegenwoordigheid van de gemeenteambtenaar. Daarnaast had hij inmiddels al investeringen gedaan. De last onder dwangsom werd daarop ingetrokken. De intrekking hield uiteindelijk geen stand, nu een derde om handhaving had verzocht
Tot slot kan nog worden gewezen op art. 3:48 lid 1 Awb. Op grond van deze bepaling kan de motivering achterwege worden gelaten, wanneer daaraan redelijkerwijs geen behoefte bestaat. Dat is voorstelbaar bij de intrekking van een voor de geadresseerde belastende beschikking. Worden door de intrekking echter belangen van derden geraakt, dan kan dit anders liggen.6 Zij zullen mogelijkerwijs wel willen weten waarom het bestuursorgaan overgaat tot intrekking.
Het voorgaande wekt wellicht de indruk dat een belastende beschikking steeds kan worden ingetrokken. Dat is echter geenszins het geval. Gewezen werd al op de belangen van derden. Bij bepaalde beschikkingen is niet enkel sprake van een rechtsbetrekking tussen een bestuursorgaan en een geadresseerde. Bijvoorbeeld in het omgevingsrecht spelen veelal ook belangen van derden een rol. Met deze belangen dient het bestuursorgaan dan ook rekening te houden bij het al dan niet besluiten tot intrekking.7 In de toelichting bij de artikelen 35 en 36 van de Model Rules wordt een en ander ook benadrukt:
‘Even in the case of an unlawful decision that has an adverse effect the authority is not strictly obliged to withdraw that decision, but has been left with discretion.’8
Ook al is sprake van een belastende beschikking, het uitgangspunt blijft dat een belangenafweging gemaakt moet worden alvorens tot intrekking te besluiten. Intrekking ligt dus niet steeds voor de hand.9