De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.5.1.1:II.5.1.1 Algemeen
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/II.5.1.1
II.5.1.1 Algemeen
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376494:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eerste onderscheid dat wordt gemaakt, is het onderscheid tussen begunstigende en belastende beschikkingen. Dat dit onderscheid van belang is voor de mogelijkheid tot intrekking ligt voor de hand. Kort gezegd ontneemt de intrekking van een begunstigende beschikking de burger verkregen rechten en bevrijdt de intrekking van een belastende beschikking de burger van hetgeen hem is opgelegd.1 Dat vooral eerstgenoemde intrekking op bezwaren stuit, is dan ook niet vreemd. Het is niet voor niets dat de jurisprudentie met betrekking tot de intrekking van een begunstigende beschikking veel omvangrijker is. De intrekking van een belastende beschikking zal over het algemeen niet als bezwarend worden ervaren en dus minder snel tot een procedure leiden. Dit geldt in ieder geval voor de geadresseerde. Deze zal bijvoorbeeld de intrekking van een last onder dwangsom niet snel aanvechten. Voor derdebelanghebbenden kan dit intussen anders liggen.
De vraag is nu in hoeverre het onderscheid tussen begunstigende en belastende beschikkingen van invloed is op de bevoegdheid tot intrekking en de normering van die bevoegdheid. In deze paragraaf wordt onderzocht of grote lijnen te ontdekken zijn. Daartoe zal allereerst worden stilgestaan bij het onderscheid tussen begunstigende en belastende beschikkingen. Hierbij wordt onderzocht wanneer nu precies van een begunstigende of belastende beschikking wordt gesproken. Vervolgens komen de specifieke gevolgen van dit onderscheid voor de intrekking aan bod, bezien vanuit zowel het perspectief van de geadresseerde als van (een) eventuele derdebelanghebbende(n).2 Ook de betekenis van de algemene beginselen van bestuur wordt besproken.