Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.8.1.2.4:3.8.1.2.4 De aanvaarding bij kwade trouw
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/3.8.1.2.4
3.8.1.2.4 De aanvaarding bij kwade trouw
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS572338:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 14 juni 2000, BNB 2000/299, ECLI:NL:HR:2000:AA6204, r.o. 3.2.
HR 31 januari 2003, BNB 2003/124, ECLI:NL:HR:2003:AE8092, r.o. 3.3; HR 13 februari 2004, BNB 2004/160, ECLI:NL:HR:2004:AO3643, r.o. 3.1.
HR 29 februari 2008, BNB 2008/156, ECLI:NL:HR:2008:BC5346, r.o. 3.5.3 in verband met de kwade trouw en r.o. 3.7.2 in verband met voorwaardelijk opzet.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor kwade trouw is, zoals hiervoor opgemerkt, voorwaardelijk opzet voldoende.1 Eerder in dit hoofdstuk, in paragraaf 3.4.3.6.7, is in verband met voorwaardelijk opzet geconcludeerd dat de belastingkamer van de Hoge Raad het aanvaardingsvereiste wel een rol toekent, maar deze rol tot nu toe niet met meer heeft onderbouwd dan op grond van de cognitieve benadering zou moeten. Deze conclusie is mede gebaseerd op arresten die op kwade trouw2 of naast voorwaardelijk opzet ook op kwade trouw betrekking hebben.3 Ook in dit opzicht is de invulling van het opzetbegrip derhalve vergelijkbaar met de invulling van het begrip kwade trouw.