Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.6.1:3.6.1 Nadere eisen aan het beleggingsbeleid
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.6.1
3.6.1 Nadere eisen aan het beleggingsbeleid
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 17-11-2015
- Datum
17-11-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS598748:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De centrale eis aan het beleggingsbeleid van pensioenfondsen is dat het beleid voldoet aan de prudent person-regel. De verplichting over een beheerste en integere bedrijfsvoering te beschikken, betekent dat de naleving van de prudent person-regel geen zaak van toeval mag zijn. Het beleggingsbeleid en de vaststelling ervan moet daarom aan nadere eisen voldoen.1 Deze aanvullende eisen houden kort gezegd in:2
het strategische beleggingsbeleid moet aansluiten op de doelstellingen en uitgangspunten, inclusief risicohouding, van het pensioenfonds;
het strategische beleggingsbeleid moet bevatten een beschrijving van de beleggingsdoelstelling, de samenstelling van de beoogde beleggingsportefeuille en de mate waarin van de beoogde beleggingsportefeuille kan worden afgeweken;
van het strategische beleggingsbeleid moet een beleggingsplan worden afgeleid, waarin het fonds concrete en gedetailleerde richtniveaus
en bandbreedtes per beleggingscategorie opneemt;
het fonds moet beleid opstellen voor de beheersing van de relevante risico’s;
het fonds moet kunnen onderbouwen dat het strategische beleggingsbeleid en het beleggingsplan passen binnen de prudent person-regel;
en
het fonds moet het strategische beleggingsbeleid, het beleggingsplan en de uitvoering periodiek evalueren.
Deze eisen benadrukken dat het vermogensbeheer vorm moet krijgen in een zorgvuldig proces. Het beleggingsbeleid moet vanzelfsprekend aansluiten op de doelstellingen en uitgangspunten van het pensioenfonds. Dit brengt mee dat het beleid aansluit op de risicohouding van het fonds. Ook vanzelfsprekend is dat het fonds moet kunnen onderbouwen dat zijn beleggingsbeleid en de uitvoering ervan passen binnen de prudent person-regel. Het beleggingsbeleid moet voorts worden uitgewerkt in een modelportefeuille. Daarbij moet het fonds aangeven in welke mate daarvan kan worden afgeweken. Dit sluit aan bij de gangbare praktijk.3 Deze praktijk maakt actief vermogensbeheer mogelijk, zonder de beheersing over de portefeuille te verliezen. Ook de uitwerking in een beleggingsplan, met opneming van bandbreedtes per beleggingscategorie is een gangbare praktijk om beheersing over de portefeuille te houden. Het fonds moet het beleggingsbeleid en de uitvoering ervan flankeren met beleid ter beheersing van relevante risico’s. Tot slot moet het fonds het beleggingsbeleid en de uitvoering ervan periodiek evalueren.