Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/3.0
3.0 Introductie
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS484320:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de vraag of een keuken bestanddeel van een huis is: HR 09 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ0130, waarin bepaald werd dat een keuken ‘in de regel naar verkeersopvatting een bestanddeel van de woning zal vormen’.
Uit de Parlementaire Geschiedenis bij art. 3:4 BW blijkt dat indien een verband tijdelijk doorbroken wordt, dit niet de bestanddeelvorming doorbreekt. Dit betekent dat het pandrecht zich ook uitstrekt over de motor, indien deze bijvoorbeeld voor onderhoud tijdelijk gedemonteerd wordt uit het vliegtuig. Voor vliegtuigen is dit expliciet geregeld in art. 8:3a lid 2 BW.
Het aan dit hoofdstuk ten grondslag liggende onderzoek is reeds gedeeltelijk als artikel gepubliceerd. Zie: ‘Kan een zaak die een tijdelijke hulpfunctie vervult naar verkeersopvatting een bestanddeel zijn?’, NTBR 2013/31 en ‘De verkeersopvatting als leidend criterium voor bestanddeelvorming in de zin van art. 3:4 BW’, WPNR 2015/7086.
Stellingen
De verkeersopvatting is het leidende criterium voor de vraag of een zaak bestanddeel is van een andere zaak.
Gezien stelling I kan het tweede lid van art. 3:4 BW geschrapt worden.
De aanwijzing voor bestanddeelvorming naar verkeersopvatting, die door de Hoge Raad geformuleerd werd in het Groutankerarrest concretiseert de regeling van art. 3:4 lid 1 BW nauwelijks.
Ook niet in het dak geïntegreerde zonnepanelen worden op grond van art.3:4 lid 1 BW bestanddeel van het gebouw waarop zij geplaatst zijn.
Inleiding
Tot nu toe is natrekking op grond van art. 3:3 lid 1 j° 5:20 lid 1 BW besproken. Een zaak kan ook nagetrokken worden door een onroerende zaak, omdat het op grond van art. 3:4 BW aan te merken is als bestanddeel van die (hoofd)zaak. Indien iets bestanddeel is van een andere zaak dan vindt op grond van art. 3:4 j° 5:3 BW natrekking plaats. Met het vaststellen of natrekking plaats heeft gehad, worden de grenzen van het eigendomsrecht op die zaak vastgesteld. Dit is onder meer van belang bij de overdracht van een zaak. Zo zal men bij de eigendomsoverdracht van een grondstuk met daarop een huis willen weten of de keuken bestanddeel is van het huis1 (en daarmee nagetrokken wordt door de grond2), zodat de overdracht tevens de keuken omvat.3
De omvang van het eigendomsrecht, bepaalt ook de omvang van een ander zakenrechtelijk recht dat rust op dat eigendomsrecht. Voor een pandhouder van een pandrecht op een (niet-teboekgesteld) vliegtuig is het bijvoorbeeld van belang om te weten of het pandrecht zich nog uitstrekt over de motor, indien deze voor onderhoud tijdelijk gedemonteerd wordt.4
Natrekking op grond van bestanddeelvorming in de zin van art. 3:4 j° 5:3 BW staat in dit hoofdstuk centraal.
De hoofdvraag luidt:
“Op grond van welk criterium bepaalt men of een zaak bestanddeel is (geworden) van een andere (onroerende) zaak op grond van art. 3:4 BW?”
Hiertoe zal art. 3:4 BW en de herkomst van bestanddeelvorming uitvoerig besproken worden. Tevens zal ingegaan worden op de verhouding tussen de leden 1 en 2 van art. 3:4 BW. De rol van de verkeersopvatting voor het antwoord op de vraag of er sprake is van een bestanddeel zal uitvoerig aan bod komen. Om die reden zal eveneens ingegaan worden op de vraag hoe de verkeersopvatting bepaald wordt en de rechtvaardiging van de verkeersopvatting als criterium voor bestanddeelvorming.5