Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/3.6.4
3.6.4 Deskundigheid
mr. drs. P. Laaper, datum 17-11-2015
- Datum
17-11-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS597600:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1.2, lid 2, sub d, Beleidsregel geschiktheid.
Zie par. 2.3.
In de woorden van de voormalige pensioenkoepels (thans: pensioenfederatie): “Niet begrijpen, is niet doen” (Vb, UvB & OPF 2010, p. 13).
Davis 2002, p. 169.
Advisering is weliswaar geen vorm van uitbesteding (zie par. 2.5.8.1). Niettemin is het ook bij advisering niet goed als de opdrachtgever, door een gebrek aan eigen deskundigheid, feitelijk geen andere keus heeft dan zich door zijn dienstverlener of adviseur te laten sturen. Hij moet zélf “in control” blijven.
Maatman & Schuit 2012, p. 374; Van der Graaff & Koeleman 2008, p. 40; Blom 2000, p. 22.Een belangrijke hindernis voor pensioenfondsen om voldoende deskundigheid voor het bestuur te werven, was dat de bestuursleden (voornamelijk) uit de geledingen van werkgevers en werknemers moesten komen. Om dit probleem aan te pakken, voorziet de wet sinds 1 juli 2014 in de mogelijkheid dat het bestuur bestaat uit louter onafhankelijken (Kamerstukken II, 2011-2012, 33182, nr. 3, p. 5).
Beleggen conform de prudent person-regel en met onderbouwing met beleggingstheoretische inzichten, stelt eisen aan de deskundigheid van het bestuur ten aanzien van vermogensbeheer. De toezichthouder ziet erop toe dat het bestuur aan minimale deskundigheidseisen voldoet.1
Een bestuur dat zijn eigen beleggingsbeleid of de beleggingen in zijn portefeuille niet (goed) begrijpt, kan niet “in control” zijn. Er is dan tevens geen sprake van een beheerste bedrijfsvoering.2 Het bestuur doet er daarom goed aan zijn eigen grenzen te kennen. Wanneer het de grenzen aan zijn deskundigheid kent, kan het er, zo nodig, voor kiezen een beleggingsbeleid vast te stellen dat eenvoudiger is en aansluit bij zijn eigen deskundigheidsniveau.3
Het bestuur hoeft evenwel niet alles te weten. Het mag zich uiteraard laten bijstaan door (interne of externe) adviseurs. Het mag zich echter niet blind verlaten op zijn adviseurs.4 Het moet voldoende deskundig zijn om kritisch op het advies te kunnen doorvragen. Het moet zich ervan vergewissen dat het de adviezen goed begrijpt. Het moet, anders gezegd, over “countervailing power” beschikken.5 Dan kan het de beslissing die op het advies is gebaseerd voor zijn rekening nemen. Er bestaan twijfels of een dergelijk kennisniveau momenteel voldoende voorhanden is in de besturen van met name de kleinere pensioenfondsen.6