Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/2.4:2.4 Tussenconclusie: kruissectorale analoge toepassing
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/2.4
2.4 Tussenconclusie: kruissectorale analoge toepassing
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS594096:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 38e, lid 2, sub a, Bgfo.
Art. 38e, lid 2, sub j, Bgfo.
Joosen 2009, p. 502-504.
Zo ook Moerel & Van Reeken 2009, p. 241 (in het bijzonder voetnoot 7); De Greef & Weller 2013, p. 329-330; en De Vries & Paans 2014, p. 35.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uitbestedingsregels op grond van de Pensioenwet en de Wft zijn sectoraal opgesteld. De mate van uitwerking die aan een sectorale regeling is gegeven, verschilt per sector. Die verschillen zijn tamelijk willekeurig.
Zo is bijvoorbeeld voor de uitbestedende beleggingsonderneming bepaald dat zij moet controleren of de dienstverlener over de deskundigheid, de capaciteit en elke bij wet vereiste vergunning beschikt.1 Ook moet ze zorg dragen dat de dienstverlener alle vertrouwelijke informatie over haar en haar cliënten beschermt.2 Dergelijke bepalingen zijn niet opgenomen voor bijvoorbeeld uitbestedende pensioenfondsen. Het valt niet in te zien waarom een beheerste en integere bedrijfsvoering voor hen niet meebrengt dat zij hiervoor waarborgen zoeken. Evenzo valt niet in te zien waarom een bankbeleggingsonderneming onder een ander, ogenschijnlijk lichter regime van uitbestedingsvoorschriften valt dan een zuivere beleggingsonderneming.3 Noch laat zich uitleggen waarom bijvoorbeeld een pensioenadministrateur met een andere verzameling toezichtsregels te maken krijgt naargelang zijn opdrachtgever een pensioenfonds, pensioenverzekeraar of premiepensioeninstelling is. Evenmin is te begrijpen waarom de bescherming die een begunstigde aan de uitbestedingsregels ontleent tegen de risico’s van uitbesteding door zijn pensioenuitvoerder zou verschillen naar gelang hij is aangesloten bij een pensioenfonds, pensioenverzekeraar of premiepensioeninstelling.4
Hierboven bleek niettemin dat de uitbestedingsregelingen veelal op elkaar voortbouwen. Ook bleek dat aan de diverse uitbestedingsregelingen een gemeenschappelijk systeem ten grondslag ligt. Er is daarom goede reden om voor de uitleg en toepassing van Nederlandse sectorale uitbestedingsregels en voor de invulling van eventuele lacunes daarin, aan te sluiten bij uitbestedingsregels uit andere regelingen en voor andere sectoren.5
Het zou volgens mij een verbetering zijn als de sectorale regelingen werden vervangen door één algemene regeling, eventueel met sectorale aanvullingen. Zolang echter de Europese (uitbestedings)regels sectoraal van opzet blijven en niet beter op elkaar worden afgestemd, is dat voor de nationale regelgever lastig te realiseren. Voor een consistente benadering van uitbesteding in de financiële markten komt het dan aan op een kruissectorale analoge toepassing van sectorale uitbestedingsregels.
Vanaf dit punt zal ik steeds toespitsen op de uitbestedingsregels die zijn gesteld bij of krachtens de Pensioenwet. Voor de uitleg daarvan zal ik veelvuldig aanknopen bij andere uitbestedingsregelingen. Evenzo zijn mijn bevindingen, hoewel toegespitst op de uitbestedingsregels op grond van de Pensioenwet, ook bruikbaar voor de uitleg van bepalingen uit andere uitbestedingsregelingen.