Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.5.5
2.5.5 Een nieuw registergoed: de drijvende opstal
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS483088:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
H.D. Ploeger, ‘De onroerende woonboot’, JBN 2010/5.
H.D. Ploeger, ‘De onroerende woonboot’, JBN 2010/5.
Ploeger geeft hierbij aan dat bij de registratie bij het Kadaster een verwijzing wordt opgenomen naar de normale ligplaats, op welke ondergrond de rechthebbende in de meeste gevallen ook een zakelijk recht zal hebben, zoals erfpacht of eigendom. Zie: H.D. Ploeger, ‘De onroerende woonboot’, JBN 2010/5.
Nadat dit onderzoek reeds was afgesloten verscheen: Boek 5 BW van de toekomst; KNB Preadvies 2016, Den Haag: SDU 2016, waarin Ploeger in onderdeel IV, par. 5, de drijvende opstal bespreekt.
Ploeger pleit, ten aanzien van de juridische vormgeving van de drijvende stad, voor de introductie van een nieuw soort registergoed: de drijvende opstal. Dat het een registergoed dient te zijn, lijkt hem zeer wenselijk.1 Hij pleit er voor om drijvend wonen (zowel drijvende complexen, drijvende villa’s, als woonarken) niet onder te brengen onder de regeling in Boek 8, die toegesneden is op het bedrijfsmatig exploiteren van schepen, maar is van mening dat de drijvende opstallen ‘een eigen regeling verdienen.’2 Het antwoord op de vraag waarom, blijft echter achterwege.
Deze nieuw in te voeren regeling dient volgens Ploeger aan te sluiten op de status van gebouwen op het vaste land, zodat bijvoorbeeld splitsing in appartementsrechten mogelijk zal zijn.3 Nu Ploeger niet verder in is gegaan op de vraag hoe zo een nieuwe rechtsvorm er uit zou moeten zien, zal ik een nadere bespreking hiervan buiten beschouwing laten.4 Zelf zou ik namelijk niet willen pleiten voor een nieuw soort registergoed in de vorm van een drijvende opstal, maar voor de introductie van drijvende percelen.