Het pre-insolventieakkoord
Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.4.2:8.4.2 Wel een verplichte ingangstoets voor een derde
Het pre-insolventieakkoord 2016/8.4.2
8.4.2 Wel een verplichte ingangstoets voor een derde
Documentgegevens:
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook paragraaf 6.3 hiervoor ten aanzien van het Amerikaanse recht.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De bevoegdheid van een derde om een akkoord aan te bieden, zou wél in alle gevallen aan een financiële toegangsdrempel en een voorafgaande rechterlijke toets onderworpen moeten zijn.1 De mogelijkheid van een derde om een akkoord aan te bieden, kan de schuldenaar aanzienlijke schade berokkenen. Denk bijvoorbeeld aan vertrouwelijke bedrijfsgevoelige informatie die de derde verspreidt ter ondersteuning van het akkoord. Denk ook aan de aantasting van vertrouwen bij handelspartijen die met een akkoordvoorstel van een derde worden benaderd of anderszins lucht krijgen van de suggestie dat de schuldenaar niet in staat zou zijn om aan zijn verplichtingen te voldoen. Verder schept het recht van een derde om een akkoord aan te bieden de mogelijkheid om de onderneming gedwongen te verkopen of vijandig over te nemen. Voor dit alles is uitsluitend plaats indien aannemelijk is dat zonder de totstandkoming van een akkoord de schuldenaar in staat van insolventie zal geraken én de rechter dit vooraf heeft getoetst.
Een voorafgaande rechterlijke toets beschermt de schuldenaar tegen onbevoegdelijk gelanceerde akkoordvoorstellen van derden. Het neemt mogelijke onzekerheid weg over de vraag of de derde wel bevoegd is een akkoord aan te bieden en beschermt de derde tegen de aansprakelijkheidsrisico’s van het prematuur en onbevoegdelijk lanceren van een akkoord.
Indien de schuldenaar zelf een akkoord aanbiedt, zal in de regel duidelijk zijn dat ook een schuldeiser de bevoegdheid heeft om een (concurrerend) akkoord aan te bieden. De voorafgaande rechterlijke toets zal daarom vooral betekenis hebben indien de schuldenaar zelf weigert een akkoord aan te bieden, terwijl een schuldeiser meent dat er een financiële noodzaak bestaat om in te grijpen en een akkoord geïmplementeerd wenst te zien om zijn belangen veilig te stellen.
Een derde die wenst dat tijdig wordt ingegrepen, zou in bewijsnood kunnen komen te verkeren. Intern kan vaststaan dat de onderneming afstevent op een liquiditeitstekort, terwijl de uiterlijke symptomen van de financiële problemen nog niet zichtbaar zijn. Indien de rechter twijfelt over de vraag of de schuldenaar bij het uitblijven van een akkoord in de faillissementstoestand zal komen te verkeren, zou hij daarom op verzoek de schuldeiser een deskundige moeten kunnen benoemen die in stilte en onder geheimhouding naar de financiële toestand van de schuldenaar onderzoek doet en aan de rechtbank rapporteert voordat de rechtbank een beslissing neemt. Is een schuldeiser pas in staat om in te grijpen op het moment dat de financiële problemen zich extern manifesteren, dan zal het meestal al te laat zijn.