Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.2.2:2.2.2 Zijn de havenkranen indirect verenigd met de grond?
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.2.2
2.2.2 Zijn de havenkranen indirect verenigd met de grond?
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS490422:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een ander opmerkelijk punt in het Havenkraanarrest is het volgende:
“De stukken van het geding laten geen andere conclusie toe dan dat de onderhavige kranen blijkens hun constructie bestemd zijn om zich op het land te bevinden en dat zij, zij het indirect via rails, ook feitelijk in voortdurende verbinding staan met de onder de kranen gelegen grond.” (cursivering PP)
De Hoge Raad lijkt hier te zeggen dat de havenkranen middels de rails indirect verenigd zijn met de grond (en derhalve op grond van de indirecte vereniging van art. 3:3 lid 1 BW onroerend). Zoals uit het voorgaande hoofdstuk blijkt, zijn de havenkranen mijns inziens geen voorbeeld van de indirecte vereniging van art. 3:3 lid 1 BW nu het geen 3:4 BW bestanddelen betreft die middels een opstalrecht verzelfstandigd zijn.
Men kan zich de vraag stellen of de havenkraan en de rails op basis van 3:4 BW als één zaak aan te merken zijn. Bij een bevestigend antwoord op deze vraag, komt men niet toe aan de indirecte vereniging van art. 3:3 BW: de rails en de havenkranen zijn dan immers direct met de grond verenigd. Bestanddeelvorming op grond van art. 3:4 BW zal echter in het navolgende hoofdstuk uitgebreid besproken worden, waarbij ook de casus uit het Havenkraanarrest aan bod zal komen.