Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.3:2.3 Het Marina-arrest
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.3
2.3 Het Marina-arrest
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS483087:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
We gaan terug naar de kwalificatie van drijvende woningen. In maart 2012 bevestigde de Hoge Raad zijn uitspraak van het Woonarkarrest in het Marina-arrest. In dit arrest betrof het geen woonark maar een waterwoning: een ‘marina’. Deze marina bestond uit een betonnen drijflichaam en een houten opbouw. De Hoge Raad oordeelde dat het feit dat de marina geen zelfstandig drijfvermogen heeft en dat deze aan stabilisatiepalen is bevestigd om te voorkomen dat deze niet kantelt, er niet aan in de weg staat dat de marina bestemd is om te drijven en ook drijft, zodat het moet worden aangemerkt als een schip in de zin van art. 8:1 BW en derhalve in het algemeen een onroerende zaak is.