Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.18.1.1
5.18.1.1 Opzeggingsbevoegdheid
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS595249:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Moerel & Van Reeken 2009, p. 227.
Zie Moerel & Van Reeken 2009, p. 225.
Ook beleggingsondernemingen en (her)verzekeraars moeten hun uitbestedingsovereenkomst kunnen beëindigen “indien nodig” (art. 38e, lid 2, sub g, Bgfo en art. 274, lid 4, sub e, Gedelegeerde Solvency II-verordening).
Art. 7:408, lid 1, BW.
Is de opdrachtgever een natuurlijk persoon die niet in de uitoefening van beroep of bedrijf handelt, dan is de regel dat de overeenkomst te allen tijde kan worden opgezegd, tóch van dwingend recht (art. 7:413, lid 2, BW).
De opzeggingsbevoegdheid van de opdrachtgever wordt in uitbestedingsovereenkomsten vaak beperkt tot duidelijk omschreven situaties.1 Daar is meestal goede reden toe: de dienstverlener heeft een gerechtvaardigd belang om stabiliteit in zijn bedrijfsvoering aan te brengen. Bovendien heeft hij ook in de relatie geïnvesteerd en wil hij die investering terugverdienen.2 Wel moet het pensioenfonds zich ervan vergewissen dat het zijn dienstverlener kan opzeggen wanneer nodig.3 Daarbij kan het denken aan het faillissement van de dienstverlener, structureel niet volledig voldoen aan de rapportage-afspraken en het niet opvolgen van aanwijzingen.
Het komt steeds vaker voor dat het pensioenfonds te allen tijde de overeenkomst kan opzeggen. Een dergelijke afspraak sluit ook aan bij het uitgangspunt in het BW dat de opdrachtgever te allen tijde kan opzeggen.4 Deze BW-bepaling is echter van regelend recht.5 Een onbeperkte opzeggingsbevoegdheid versterkt de “control” van het pensioenfonds over de uitbestede werkzaamheden. Wanneer het fonds te allen tijde kan opzeggen, vergroot dat de prikkel voor de vermogensbeheerder om zich te allen tijde optimaal in te spannen. Het maakt het pensioenfonds ook minder afhankelijk van zijn dienstverlener, hetgeen op zichzelf reeds de “control” vergroot.
De gerechtvaardigde belangen van de dienstverlener hoeven met een onbeperkte opzeggingsbevoegdheid geen geweld te worden aangedaan. Die belangen laten zich afdoende beschermen door opzegtermijnen (voor de stabiliteit van de bedrijfsvoering) en opzegvergoedingen (ter compensatie van de gedane investeringen).