Natrekking door onroerende zaken
Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.5.3:2.5.3 Het splitsen van schepen in appartementsrechten
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.5.3
2.5.3 Het splitsen van schepen in appartementsrechten
Documentgegevens:
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS490425:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor de volledigheid: ook een recht van erfpacht en een opstalrecht (art. 5:106 lid 2 BW), een appartementsrecht (art. 5:106 lid 3 BW) en een groep van gebouwen (art. 5:106 lid 6 BW) kunnen gesplitst worden in appartementsrechten.
MvA II, PG Boek 5, p. 379.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Eén van mogelijkheden om de drijvende stad juridische vorm te geven is een wetsaanpassing om ook schepen in appartementsrechten te kunnen splitsen. Art. 5:106 BW bepaalt:
“Een eigenaar, erfpachter of opstaller is bevoegd zijn recht op een gebouw met toebehoren en op de daarbij behorende grond met toebehoren te splitsen in appartementsrechten.”
Deze bepaling voorziet derhalve niet, althans niet expliciet, in de splitsing van een schip in appartementsrechten, nu enkel gebouwen en de daarbij behorende grond gesplitst kunnen worden in appartementsrechten.1 Naar mijn mening kan men betogen dat een schip (althans soms) valt onder de definitie van een ‘gebouw’ in art. 1 lid 1 onder c Woningwet. Dit omschrijft een gebouw als ‘elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt’. Op die manier zou men een eigendomsverdeling kunnen bewerkstelligen, indien meerdere woningen gecreëerd worden op één drijvend platform. Te denken aan een drijvend appartementencomplex, of een drijvend blok rijtjeshuizen.
Een andere mogelijkheid is om het recht op de onderliggende grond (het waterperceel) te splitsen in appartementsrechten en in deze splitsing ook het drijvende gebouw te betrekken. Art. 5:106 BW bepaalt dat een eigenaar, erfpachter of opstaller zijn recht op de grond met toebehoren kan splitsen. Als voorbeeld van ‘toebehoren’ wordt in de Parlementaire Geschiedenis een grasmaaimachine voor een gemeenschappelijke tuin genoemd.2 Denkbaar is dat ook een drijvend gebouw als ‘toebehoren’ aangemerkt kan worden en op die manier een schip in de splitsing betrokken kan worden.
Desalniettemin biedt de mogelijkheid van het splitsen van schepen in appartementsrechten voor de juridische vormgeving van een drijvende stad mijns inziens zeker niet altijd soelaas. Zelfs wanneer iedere drijvende constructie, die valt onder de definitie van een schip in de zin van art. 8:1 BW gesplitst kan worden in appartementsrechten, levert het voor drijvend bouwen op grote schaal naar mijn mening een (te) ingewikkelde constructie op. Bij een appartementensplitsing is de oprichting van een Vereniging van Eigenaars verplicht (art. 5:112 lid 1 onder e BW), hetgeen ook geldt bij verdere ondersplitsingen. Voor de juridische vormgeving van een drijvende stad zal gebruik gemaakt worden van tal van splitsingen, en ondersplitsingen, waardoor evenveel Vereniging van Eigenaars opgericht dienen te worden. Dit, met bijbehorende appartementseigenaren en stemrechten, loopt mijns inziens het risico te verworden tot een groot, log en gewrongen systeem.
Een andere mogelijkheid is wellicht dat het drijvende platform, bijvoorbeeld vanwege zijn omvang, toch gekwalificeerd wordt als onroerende zaak. De juridische haken en ogen aan deze kwalificatie zullen in het onderstaande besproken worden.