Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht
Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/5.1:5.1 Inleiding
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS455639:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bartels & Timmerman 2006, p. 94-95.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
109. In dit hoofdstuk wordt de vraag beantwoord of één hypotheekrecht meer dan één object kan hebben. Volgens sommigen is het mogelijk dat het hypotheekrecht op meerdere registergoederen tegelijk rust,1 maar het uniciteitsbeginsel wijst een andere richting op. Voordat ik toekom aan beantwoording van deze vraag voor het Nederlandse en Duitse recht in paragraaf 5.3 en 5.4, bespreek ik eerst het specialiteitsbeginsel in paragraaf 5.2. Het is namelijk van belang om vast te stellen of dit beginsel van invloed is op het beantwoorden van de gestelde vraag. In paragraaf 5.5 sta ik uitdrukkelijk stil bij de ondeelbaarheid van het hypotheekrecht omdat het zal blijken dat door sommigen uit dit principe wordt afgeleid dat de ondeelbare beperkte rechten als één geheel op meerdere objecten tegelijk rusten. In dat kader zullen ook het pandrecht en het recht van erfdienstbaarheid aan bod komen.