De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV
Einde inhoudsopgave
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/8.1:8.1 Inleiding
De kapitaalverschaffer zonder stemrecht in de BV (VDHI nr. 116) 2013/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
R.A. Wolf, datum 14-03-2013
- Datum
14-03-2013
- Auteur
R.A. Wolf
- JCDI
JCDI:ADS387763:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Advies van de Commissie vennootschapsrecht over het wetsvoorstel inzake de vereenvoudiging en flexibilisering van het b.v.-recht d.d. 23 november 2006, p. 12, te vinden op http://www.rijksoverheid. nl/onderwerpen/flexibele-BV.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staan de middelen van de kapitaalverschaffers zonder stemrecht om hun rechten af te dwingen centraal. Anders gezegd: het gaat om de hen toekomende rechtsvorderingen. Onder het begrip ‘rechtsvordering’ wordt verstaan de in rechte ingestelde eis om de materiële aanspraak af te dwingen. Aan dit materiële, subjectieve recht is het recht verbonden om de aanspraak af te dwingen door middel van het instellen van een rechtsvordering.1 Het kan daarbij gaan om een conventionele of een reconventionele vordering in een dagvaardingsprocedure, maar ook op een verzoek in het kader van een verzoekschriftprocedure.
De Commissie Vennootschapsrecht heeft erop gewezen dat het ontbreken van stemrecht aan het stemrechtloze aandeel kan leiden tot onevenwichtigheid in de zeggenschapsverhoudingen in de algemene vergadering. In die vergadering kan over allerlei kwesties besloten worden die bij oprichting van de BV niet waren voorzien. Het gevolg daarvan zou kunnen zijn een grotere druk op de rechterlijke macht, omdat de stemrechtloze aandeelhouder zich eerder in de knel voelt komen. Die aandeelhouder zou eerder geneigd zijn vernietiging van een besluit van de algemene vergadering wegens strijd met de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid te vorderen dan wel een enquête verzoeken of een vordering tot uittreding in te stellen.2
Het doel van de kapitaalverschaffer zonder stemrecht bij het gebruik van zijn rechtsvorderingen of de aanzegging daartoe is in de eerste plaats het te zijner gunste beïnvloeden van de besluitvorming. Middelen daartoe zijn het agenderingsrecht (paragraaf 8.2), het verzoek tot het bijeenroepen van een algemene vergadering (paragraaf 8.3), het verzoek tot het geven van inlichtingen (paragraaf 8.4) en de vordering tot medewerking tot het nemen van een besluit (paragraaf 8.5). In de tweede plaats is het doel van de kapitaalverschaffer zonder stemrecht genomen besluiten aan te vechten ter handhaving of verbetering van zijn rechtspositie. Middelen daartoe zijn de vordering tot vernietiging van art. 2:15 BW wegens strijd met de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid (paragraaf 8.6) en het enquêterecht (paragraaf 8.8). Daarnaast bestaat de mogelijkheid in kort geding een gebod of verbod te vorderen indien sprake is van (een dreiging van) schending van de zorgplicht jegens de kapitaalverschaffer zonder stemrecht (paragraaf 8.7). Een andere, mogelijke rechtsvordering die de kapitaalverschaffer zonder stemrecht ten dienste staat is de geschillenregeling (paragraaf 8.9).
In de genoemde paragrafen zal worden onderzocht wie van de kapitaalverschaffers zonder stemrecht welke rechtsvordering toekomt. Ik beperk mij slechts tot die vraag. Ik zal daarom niet de rechtsvordering zelf bespreken, anders dan ter inleiding.In de literatuur is over deze rechtsvorderingen reeds veel en veelvuldig geschreven.
Het antwoord op de vraag wie van de kapitaalverschaffers zonder stemrecht welke rechtsvordering toekomt, leidt tot een aantal knelpunten in de rechtspositie van de betreffende kapitaalverschaffer zonder stemrecht, meer in het bijzonder in de rechtspositie van de stemrechtloze aandeelhouder. De vraag is of deze rechtsvorderingen de stemrechtloze aandeelhouder voldoende soelaas bieden. Daarom stel ik in paragraaf 8.10 aan de orde of het stemrecht op het stemrechtloze aandeel zou moeten ‘herleven’. In paragraaf 8.11 bespreek ik welke middelen, anders dan rechtsvorderingen, de stemrechtloze aandeelhouder ten dienste zouden kunnen staan om zijn rechtspositie te versterken.
Tot slot kom ik in paragraaf 8.12 tot een samenvatting en conclusie.