Fusies en overnames in de Europese BTW
Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/2.4.1:2.4.1 Inleiding
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/2.4.1
2.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS418145:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor werd duidelijk dat het toepassingsbereik van een rechtsregel noodzakelijkerwijs onzeker is. Dit toepassingsbereik wordt door de rechter bij iedere uitlegging geïnterpreteerd en veranderd. Dit verklaart waarom het niet eenvoudig is een vastomlijnde beschrijving te geven van het toepassingsbereik van, bijvoorbeeld, de geruisloze overgang in de btw naar positief recht. Nog hachelijker echter, lijkt een zoektocht naar het wenselijk recht. In hoeverre is naast de hiervoor getrokken buitengrenzen van de materiële rechtszekerheid, iets zinnigs te zeggen over de juistheid van een antwoord op een rechtsvraag? Immers, wanneer men aanneemt dat naast het positieve recht, wenselijk recht kan worden gevonden dan betekent dit dat kennelijk iets kan schorten of ontbreken aan het positieve recht. Daaruit volgt dat de interpretatie die (bijvoorbeeld door de (Unierechtelijke) rechter, een wetenschapper of justitiabele) wordt gegeven aan bepalingen (bijvoorbeeld uit de Btw-richtlijn), in voorkomend geval als onjuist of onvolmaakt moet worden beoordeeld. Dit roept de vraag op of vanuit theoretisch oogpunt iets te zeggen valt over de juistheid van een interpretatie. Bestaat zoiets als de juiste interpretatie van een rechtsnorm? De ‘one right answer’-theorie van Dworkin suggereert dat dit het geval is. Alvorens hierop in te gaan, sta ik kort stil bij de wijze waarop doorgaans wordt gesproken over interpretatie in het kader van rechtsvinding.