Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.3.3
4.3.3 Inbreuk op objectieve heffing
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS414510:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Uit het arrest Kostov blijkt dat het zijn van belastingplichtige op zichzelf wel een omstandigheid is die van invloed is op het beoordelen van de belastingplicht met betrekking tot incidentele activiteiten. Zie in dit verband W.J. Blokland, aantekening bij HvJ EU 13 juni 2013, nr. C-62/12, FED 2014/4 (Kostov).
H.W.M. van Kesteren, Fiscale rechtswil, Arnhem: Gouda Quint 1994, blz. 266.
HvJ EG 27 november 2003, nr. C-497/01, V-N 2003/61.18 (Zita Modes).
HvJ EU 10 november 2011, nr. C-444/10, V-N 2011/63.16, r.o. 39 (Christel Schriever).
HvJ EU 19 november 2009, nr. C-461/08, BNB 2011/14 (Don Bosco).
HvJ EG 21 februari 2006, nr. C-255/02, BNB 2006/170 (Halifax) en HvJ EG 21 februari 2006, nr. C-223/03, BNB 2006/171 (University of Huddersfield). Zie over misbruik en het objectieve karakter van de btw S.S. Heydari en S.B. Cornielje, ‘The Brittle Reincarnation of VAT Saving Schemes’, Derivatives & Financial Instruments, March/April 2011.
Zoals aangegeven, vloeit het objectieve karakter van de btw voort uit het beginsel van algemene heffing. Alle leveringen en diensten worden aan de heffing onderworpen, zonder dat persoonlijke omstandigheden of persoonlijke overwegingen van de belastingplichtige hierbij een rol spelen. Eenieder die zelfstandig een economische activiteit verricht wordt in beginsel in de heffing betrokken.1
Ook dit objectieve karakter van de btw lijkt enig geweld aan te worden gedaan door de regeling van de geruisloze overgang. Dit vindt zijn oorzaak in het vaststellen van het bestaan van de samenhang tussen de lichamelijke en onlichamelijke zaken. Wat maakt nu dat de ene bundeling zaken wel, en een andere bundeling zaken niet als een algemeenheid van goederen wordt beschouwd? Van Kesteren geeft aan dat de samenhang die van goederen een algemeenheid van goederen maakt, een door de overdrager tot stand gebrachte immateriële band betreft. Deze onzichtbare band houdt de goederen tezamen, en gaat mede over bij de overdracht.2 Hierbij is van belang de constatering dat die immateriële band door de overdrager tot stand is gebracht. Immers, die band bestaat bij gratie van de handelingen en intenties van die overdrager, die ten minste het oogmerk moet hebben gehad met de bundeling zaken een autonome economische activiteit te verrichten. Hierdoor zorgen persoonlijke omstandigheden van het heffingssubject er mede voor dat een (bundel) handeling(en) buiten de reikwijdte van de btw blijft. De juridische constructie van de geruisloze overgang is daarmee afhankelijk van subjectieve factoren.
Daarnaast zal de overdrager zich ervan moeten vergewissen dat de verkrijger de intentie heeft om met hetgeen wordt overgedragen een economische activiteit voort te zetten en niet onmiddellijk te vereffenen.3 Dat het al dan niet in de heffing betrekken van een handeling afhankelijk is van een inschatting door de overdrager van de plannen van de verkrijger is te beschouwen als een inbreuk op het objectieve karakter van de btw. Uit het arrest Christel Schriever is bovendien op te maken dat de intenties van betrokken partijen in aanmerking moeten worden genomen teneinde te toetsen of de handelingen van de betrokken partijen erop gericht zijn geweest een onderneming over te dragen.4
Overigens zijn subjectieve factoren in toenemende mate bepalend voor de btw-behandeling van handelingen. Zo kan de btw-behandeling van de overdracht van een braakliggend terrein mede afhankelijk zijn van de intenties van betrokken partijen.5 Wordt de overdracht van een bouwterrein beoogd dan is btw verschuldigd. Indien beoogd wordt een willekeurig stuk grond (geen bouwterrein) te verkopen, dan is de levering vrijgesteld van btw. Ook valt te wijzen op zaken met betrekking tot misbruik van recht, waarbij de aanwezigheid van het hoofdzakelijk doel om belasting te ontwijken kan leiden tot andere rechtsgevolgen dan die uit een strikt objectieve beoordeling zouden zijn voortgevloeid.6 De geruisloze overgang is evenwel de enige situatie waarin subjectieve factoren er niet voor zorgen dat duidelijkheid ontstaat over de juiste btw-behandeling maar ertoe leiden dat opzichzelfstaande, in beginsel belastbare handelingen, als geheel onbelastbaar blijken. De regeling slaat een gat in het normale systeem van heffing.