Het schuldige geheugen?
Einde inhoudsopgave
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/I.2:I.2 Van neuropsychologie naar de (neuro)geheugendetectietest
Het schuldige geheugen? (SteR nr. 32) 2017/I.2
I.2 Van neuropsychologie naar de (neuro)geheugendetectietest
Documentgegevens:
mr. D.A.G. van Toor, datum 22-02-2017
- Datum
22-02-2017
- Auteur
mr. D.A.G. van Toor
- JCDI
JCDI:ADS450797:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Nothing was your own except the few cubic centimetres inside your skull.’
– George Orwell ~ 1984 (1949)
In dit hoofdstuk vindt als eerste een bespreking van de opkomst van de cognitieve neuropsychologie plaats. De kennis over de werking van de hersenen, en daarmee ook de mogelijkheid om onderzoek te doen naar het ‘schuldige’ geheugen, uit de afgelopen decennia (ongeveer vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw), kan niet los worden gezien van de ontwikkeling die de wetenschappelijke (neuro)psychologie heeft doorgemaakt. Na introductie in (de opkomst van) de cognitieve neuropsychologie als stroming binnen de psychologie wordt toegewerkt naar een beschrijving van neurogeheugendetectiemethode.
Een bespreking van de structuur en werking van de hersenen vormt daarbij de eerste stap. Na een beschrijving over de structuur en werking van de hersenen in het algemeen, wordt de communicatie ‘binnen’ de hersenen door middel van elektrische signalen en chemische processen beschreven. Dit alles vormt de opmaat voor een uiteenzetting van de werking van het geheugen. Voor dit onderzoek is het onderdeel ‘het geheugen’ het belangrijkste deel van de hersenen. De (neuro)geheugendetectiemethode onderzoekt namelijk of een verdachte herinneringen aan het strafbare feit heeft. Om de methode te begrijpen, moet ook de werking van het geheugen worden begrepen. Het waarnemen van feiten en het aanmaken, opslaan en ophalen van herinneringen worden daarom besproken. Deze basiskennis over de hersenen, het geheugen en de mogelijkheid om de werking van verschillende hersenstructuren met een EEG in kaart te brengen, zijn noodzakelijk om de (neuro)geheugendetectie als onderzoeksmethode te beoordelen. Het doel van dit hoofdstuk is door het beschrijven van de organisatie van de hersenen en de werking van het geheugen, inzicht te geven in de mogelijkheden die hersenonderzoek en dan specifiek (neuro)geheugendetectie bieden voor de strafvordering.
In dit neuropsychologische deel van dit onderzoek worden om het zojuist beschreven doel te bereiken na een korte inleiding de volgende subvragen behandeld: (1) op welke wijze zijn de hersenen georganiseerd?; (2) welke kernen en structuren zijn daarin te onderscheiden?; (3) op welke wijze communiceren de verschillende hersendelen, -kernen en -structuren met elkaar?; (4) welke hersendelen, -kernen en -structuren spelen een belangrijke rol bij geheugentaken? en; (5) op welke premisse is neurogeheugendetectie gebaseerd en op welke wijze wordt de test afgenomen?
I.2.1 Inleiding: De opkomst van de cognitieve neuropsychologieI.2.2 De hersenenI.2.3 Neurogeheugendetectietest in theorieI.2.4 (Neuro)geheugendetectietest: Voorbeelden uit de praktijkI.2.5 Samenvatting en vooruitblik op volgend hoofdstuk