Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht
Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/8.4.4:8.4.4 Tussenconclusie
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/8.4.4
8.4.4 Tussenconclusie
Documentgegevens:
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS455643:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
217. Bij het aandeel in het verzameldepot bij uit de Wge, en bij de beleggingsinstellingen en de gezamenlijke bewaring in het Duitse recht, doen zich om vergelijkbare redenen als bij het Nederlandse appartementsrecht uitzonderingen op het uniciteitsbeginsel voor: (1) Over de zich in de gemeenschap bevindende goederen kan niet meer worden beschikt, of alleen in uitzonderingsgevallen (en dan niet door de deelgenoten zelf). Voorts (2) kunnen de deelgenoten niet beschikken over hun aandeel in de afzonderlijke goederen, ook niet met toestemming van de andere deelgenoten. Ten slotte (3) wordt hun aandeel in het geheel voor overdracht ervan ook als zodanig geleverd, en is niet nodig dat de aandelen in de afzonderlijke goederen worden geleverd. Bij deze gemeenschapsconstructies (hiermee bedoel ik zowel de appartementsrechten als de ‘beschermende’ constructies) staat dus telkens, wat ik naar analogie van art. 3:191 BW heb genoemd “het aandeel in de gehele gemeenschap” centraal. Ironisch genoeg is dat juist bij het aandeel in de gehele gemeenschap uit art. 3:191 BW niet het geval; de regeling daarvan wijkt op de drie genoemde punten af en een uitzondering op het uniciteitsbeginsel doet zich daar niet voor (paragraaf 8.3).
Dat de uitkomst bij het aandeel in de gehele gemeenschap van art. 3:191 BW anders is dan bij de andere besproken gevallen, zou onder andere kunnen komen doordat verschillende soorten goederen van die bijzondere gemeenschap deel uit kunnen maken. Het zou dan te zeer in strijd zijn met de leveringsvereisten die bestaan voor ieder type goed afzonderlijk (vgl. paragraaf 4.4.1), indien met één leveringshandeling het aandeel in de gehele gemeenschap zou kunnen worden overgedragen.