De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep
Einde inhoudsopgave
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.4.5:3.4.4.5 Aansprakelijkheid bij de coöperatie: leden
De optimale rechtsvorm voor de samenwerking in het beroep (VDHI nr. 139) 2017/3.4.4.5
3.4.4.5 Aansprakelijkheid bij de coöperatie: leden
Documentgegevens:
mr. S.E. van der Waals, datum 30-01-2017
- Datum
30-01-2017
- Auteur
mr. S.E. van der Waals
- JCDI
JCDI:ADS390344:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Zaman & Grapperhaus 2011, p. 14.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals gezegd, is de belangrijkste financiële verplichting van een aandeelhouder van een kapitaalvennootschap de volstorting van zijn aandeel. Voor schulden van de vennootschap is hij in beginsel niet aansprakelijk. Voor de leden van de coöperatie is het van de statuten afhankelijk in hoeverre zij boven hun deelname aansprakelijk zijn voor de schulden van de coöperatie. Op grond van de regeling in artikel 2:55 en 2:56 BW zijn zij, die bij ontbinding van de coöperatie leden zijn of minder dan een jaar tevoren hebben opgehouden leden te zijn, tegenover de coöperatie aansprakelijk voor een eventueel tekort. Het betreft dus een interne aansprakelijkheid van de leden die slechts speelt in geval van een tekort bij ontbinding. Tenzij de statuten een andere maatstaf geven, betreft het een aansprakelijkheid voor gelijke delen (artikel 2:55 lid 2 BW). Dit is het wettelijk aansprakelijkheidsregime van de leden van een coöperatie (W.A). De statuten van de coöperatie kunnen echter ook de verplichting van de leden en oud-leden tot een bijdrage in het tekort deels beperken of zelfs geheel uitsluiten. Willen de leden een beroep kunnen doen op de uitsluiting c.q. beperking van aansprakelijkheid dan moet de coöperatie achter haar naam de letters U.A. (uitgesloten aansprakelijkheid) of B.A. (beperkte aansprakelijkheid) hebben staan (artikel 2:56 lid 2 BW). Bij uitsluiting van aansprakelijkheid is het risico van de leden beperkt tot het entreegeld.1 De coöperatie is vrij in haar keuze voor een bepaald aansprakelijkheidsregime van de leden. Deze keuze zal echter veelal afhangen van de behoefte aan externe financiering van het samenwerkingsverband (de coöperatie). Een financier zal immers meer krediet willen verschaffen als zijn risico kleiner is (en de aansprakelijkheid van de leden dus groter).
Naast deze aansprakelijkheid van de leden geldt, net als voor de aandeelhouders van kapitaalvennootschappen, ook voor de leden van de coöperatie, op grond van analogische toepassing van het Nimox-arrest, dat zowel het nemen van een besluit tot uitkering als de uitvoering daarvan onder omstandigheden onrechtmatig kan zijn tegenover zowel de rechtspersoon zelf als tegenover crediteuren van de coöperatie.
Uiteraard geldt daarnaast ook bij de coöperatie dat de leden, in het kader van dit onderzoek, zijnde beroepsbeoefenaren, persoonlijk aansprakelijk kunnen zijn op grond van onrechtmatige daad als zij jegens een derde in strijd handelen met een op hen in de hoedanigheid van dienstverlener (deskundige) rustende zorgvuldigheidsnorm.
Een laatste grond voor persoonlijke aansprakelijkheid van de leden van een coöperatie (zijnde beroepsbeoefenaren) is de persoonlijke aansprakelijkheid voor de opdracht verleend met het oog op de persoon van de beroepsbeoefenaar (artikel 7:404 BW).