Einde inhoudsopgave
Het uniciteitsbeginsel in het goederenrecht (O&R nr. 92) 2016/2.3.4
2.3.4 Frans recht
V. Tweehuysen, datum 31-01-2016
- Datum
31-01-2016
- Auteur
V. Tweehuysen
- JCDI
JCDI:ADS459277:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hoewel het Franse recht niet een term equivalent aan de Nederlandse term ‘zaak’ kent (chose komt in de buurt maar is niet beperkt tot stoffelijke objecten), zal ik desalniettemin soms de term ‘zaak’ hanteren bij beschrijving van het Franse recht, wanneer het om een lichamelijk goed gaat.
Libchaber karakteriseert biens door drie kenmerken: waarde (valeur), toe-eigenbaarheid (appropriabilité) en overdraagbaarheid of verhandelbaarheid (cessibilité of commercialité), Libchaber, Rép. civ., “Biens”, nr. 9 (online, laatst bijgewerkt april 2015).
Atias 2009, nr. 1; vgl. Terré & Simler 2010, nr. 29.
Hier wordt nog wel het onderscheid tussen goederen zich bevindend in het publieke, dan wel het private domein aan toegevoegd. Dit onderscheid zal ik buiten beschouwing laten.
Terré & Simler 2010, nr. 29. Vgl. het Nederlandse oud BW.
Mazeaud, Mazeaud & Chabas 1996, nr. 280; Meiller 2012, nr. 1.
Libchaber, Rép. civ., “Biens”, nr. 64 (online, laatst bijgewerkt april 2015); Meiller 2012, nr. 1, 4.
Zie voor weergaven van de discussie en een uitgebreide studie van de feitelijke en juridische algemeenheid Gary 1931 en Denizot 2008.
In die zin is de juridische algemeenheid te vergelijken met het afgescheiden vermogen in het Nederlandse recht, zie paragraaf 1.1.
Denizot 2008, nr. 171 is van mening dat dit mogelijk is, terwijl Gary 1931, p. 326-327 van mening was dat in de afwezigheid van passief juist een onderscheid met de juridische algemeenheid gelegen was.
Denizot 2008, nr. 162-178.
Denizot 2008, nr. 171-174; Gary 1931, p. 314-317, 326-317; Libchaber, Rép. civ., “Biens”, nr. 65 (online, laatst bijgewerkt april 2015); Meiller 2012, nr. 4, 6.
In het verleden, vóór het bestaan van een wettelijke regeling ervan, werd het fonds de commerce wel gezien als een juridische algemeenheid met een passif propre, zie Gary 1931, p. 24 e.v.
Libchaber, Rép. civ., “Biens”, nr. 64-67 (online, laatst bijgewerkt april 2015); Meiller 2012, nr. 1.1
Zie Wolf 1965, p. 42-45.
27. Het Franse goederenrecht (droit des biens) is dat deel van het civiele recht dat zich bezig houdt met de samenstelling van het vermogen van een persoon en de regels die daarop van toepassing zijn. Zoals de naam reeds doet vermoeden, staan hierin de goederen (les biens) centraal.1 Dat zijn alle dingen die, doordat ze voor de mens van zeker nut zijn, vatbaar zijn voor private toe-eigening.2 Een werkelijk scherpe definitie van bienkomt in de wet niet voor en valt – zo wordt aangenomen – ook niet goed te geven.3
28. De goederen worden in het Franse recht hoofdzakelijk op twee manieren gecategoriseerd:4 als roerend dan wel onroerend en als lichamelijk dan wel onlichamelijk.5 In de Franse rechtsliteratuur en jurisprudentie worden algemeenheden van goederen, hoewel zij niet expliciet in de Code civil voorkomen, als rechtsobject erkend.6 Een algemeenheid kan in zekere zin gezien worden als een nieuw goed, dat te onderscheiden is van de afzonderlijke elementen waaruit het bestaat. De algemeenheid kan echter ook weer uiteenvallen in losse goederen, afhankelijk van de situatie. Een algemeenheid wordt gezien als een onlichamelijk goed, dat roerend of onroerend kan zijn.7
In het Franse recht wordt de feitelijke (universalité de fait) van de juridische algemeenheid (universalité de droit) onderscheiden. Dit onderscheid komt niet terug in de wet, maar gaat terug op de glossatoren. (Zie hierover nader paragraaf 3.2.) Over de vragen wanneer we met een feitelijke dan wel een juridische algemeenheid van doen hebben en wat de verschillende algemeenheden karakteriseert, is in de literatuur veel geschreven en bestaat geen consensus.8 Desalniettemin kan de volgende gemene deler worden gevonden.
De feitelijke algemeenheid is slechts een groep goederen waarbij de goederen binnen die groep een zekere samenhang vertonen, omdat zij bestemd zijn hetzelfde doel te dienen. De juridische algemeenheid heeft bovendien een passief waarvoor slechts het actief uit de algemeenheid aangesproken kan worden en het actief kan ook slechts voor dat passief worden aangesproken. Men spreekt wel van een passif propre, een eigen passief.9 Hoewel dit doorgaans niet het geval zal zijn, kan de feitelijke algemeenheid volgens sommigen schulden omvatten.10 Het is echter niet zo dat voor die schulden slechts het actief uit de algemeenheid aangesproken kan worden, zoals bij de juridische algemeenheid het geval is. Dit is wat de feitelijke algemeenheid van de juridische algemeenheid onderscheidt.11
In de literatuur wordt wel opgemerkt dat de juridische algemeenheid meer aan het idee van een massa dan aan dat van een rechtsobject of goed beantwoordt, zoals de feitelijke algemeenheid dat doet. Een juridische algemeenheid kan vanwege het passif propre, een uitzondering op de regel dat de schuldenaar met zijn gehele vermogen instaat voor zijn schuld (art. 2284 Code civil (Cc)), slechts voortvloeien uit de wet. Er bestaan niet veel verschillende soorten juridische algemeenheden. Het bekendste voorbeeld van een juridische algemeenheid is het vermogen. Een ander voorbeeld is de nalatenschap in geval van beneficiaire aanvaarding.12
De feitelijke algemeenheden zijn ongelimiteerd in aantal, want voor het bestaan ervan is slechts nodig dat men een zekere samenhang in de goederen ziet. Deze samenhang kan, zoals dat wordt genoemd, intrinsiek zijn, zoals bij een collectie munten van een verzamelaar, of een kudde dieren, maar ook extrinsiek, wanneer de goederen samengebracht zijn door de eigenaar met een bepaald doel. En goed voorbeeld van dit laatste is het fonds de commerce. Nu het fonds de commerce geen schulden omvat, is het per definitie een feitelijke algemeenheid (of althans geen juridische algemeenheid, zie paragraaf 4.2.1).13
Hoewel de goederen binnen het fonds de commerce kunnen bestaan uit lichamelijke en onlichamelijke goederen, wordt het fonds de commerce zelf beschouwd als een onlichamelijk goed, omdat het nu eenmaal een algemeenheid is. Voorts wordt het beschouwd als een roerend goed. Ook een effectenportefeuille (portefeuille de valeurs mobilières) wordt over het algemeen beschouwd als een feitelijke algemeenheid. Op deze algemeenheden van goederen kom ik terug in hoofdstuk 3 en 4.14
29. In de besprekingen door de Franse juristen van de algemeenheid, wordt niet van het uniciteitsbeginsel gerept. Dit is vanuit Frans perspectief wellicht ook wel logisch, omdat de algemeenheid ‘gewoon’ gezien wordt als een goed. Vanuit het Nederlandse en Duitse perspectief is echter duidelijk dat er met de algemeenheid als goed toch iets bijzonders aan de hand is. Het is niet een goed als alle andere goederen, maar er is sprake van een uitzondering op het uniciteitsbeginsel.15