Uitbesteding in de financiële sector
Einde inhoudsopgave
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.2.1:5.2.1 Het risico-begrip
Uitbesteding in de financiële sector (O&R nr. 88) 2015/5.2.1
5.2.1 Het risico-begrip
Documentgegevens:
mr. drs. P. Laaper, datum 01-09-2015
- Datum
01-09-2015,
- Auteur
mr. drs. P. Laaper
- JCDI
JCDI:ADS597601:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
“Risico” is een begrip met een context-gebonden betekenis. In het kader van beleggingstheorie duidt risico enkel op de mate van onzekerheid over de eindwaarde van een belegging. Het risicobegrip dat buiten de beleggingstheorie wordt gehanteerd wijkt gewoonlijk op drie punten af.
Ten eerste duidt risico in de beleggingstheorie op onzekerheid over de uitkomst. Zowel positieve als negatieve uitkomsten ten opzichte van de oorspronkelijke verwachting duiden op (beleggings)risico.
Buiten de beleggingstheorie duidt “risico” gewoonlijk op een gebeurtenis met onwelgevallige gevolgen. Het ziet enkel op tegenvallers, niet op meevallers. Ten tweede blijft het risicobegrip in de beleggingtheorie beperkt tot de gevolgen voor het beleggingsresultaat. Buiten de beleggingstheorie wordt met risico ook gedoeld op andere gevolgen, zoals reputatierisico, frauderisico en aansprakelijkheidsrisico. Ten derde wordt risico binnen de beleggingstheorie aangeduid in termen van het gevolg: een afwijkend beleggingsresultaat. Buiten de beleggingstheorie wordt het vaak aangeduid in termen van zijn oorzaak, bijvoorbeeld het risico op een oliecrisis, een tekortschietende compliance of een tekortschietend toezicht op een dienstverlener.
Ook voor het opstellen van een risicoanalyse is het zaak risico’s in termen van oorzaken aan te duiden. De risicoanalyse moet immers aanknopingspunten geven voor de wijze waarop ze beheerst kunnen worden. “Continuïteitsproblemen” is geen adequate risico-omschrijving, omdat het niet de oorzaak, maar een (mogelijk) gevolg beschrijft. “Faillissement van de dienstverlener” of “opzegging door de dienstverlener” zijn wel adequate risico-omschrijvingen voor een risicoanalyse. Aan de hand van omschrijvingen als deze laatste kan worden gezocht naar mogelijkheden om de risico’s te beheersen.
Het gevolg van een risico blijft overigens ook bij een risicoanalyse van belang. Risico wordt gewoonlijk gedefinieerd als kans maal gevolg. Het gevolg bepaalt dus mede de grootte van het risico. Schat het pensioenfonds bijvoorbeeld de kans op fraude bij zijn vermogensbeheerder in op 0,0011 en de met een fraude gemoeide kosten op gemiddeld 10 miljoen euro, dan wordt het frauderisico gewaardeerd op 10.000 euro. Door risico’s te kwantificeren, kan het pensioenfonds beoordelen naar welke risico’s de meeste aandacht moet uitgaan en of de kosten van (aanvullende) maatregelen verantwoord zijn in verhouding tot de omvang van het risico.
Kwantificering is niet altijd goed mogelijk. Het laat zich bijvoorbeeld lastig kwantificeren hoeveel schade het pensioenfonds ondervindt wanneer de vermogensbeheerder zijn rapportage een week te laat aanlevert. Dat neemt voor het pensioenfonds niet de noodzaak weg om zulke niet- of lastig kwantificeerbare risico’s te onderkennen en zich een beeld te vormen van de omvang ervan.2 Zonder onderkenning kunnen geen adequate maatregelen worden genomen en zonder inschatting van de omvang is geen geschikte prioritering van aandachtspunten mogelijk.