De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.2.1.3:V.21.2.1.3 Soorten beschikkingen (nrs. 4 en 5)
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/V.21.2.1.3
V.21.2.1.3 Soorten beschikkingen (nrs. 4 en 5)
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS382571:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Begunstigende beschikking versus belastende beschikking
Een volgende bouwsteen in het theoretisch kader inzake het leerstuk van de intrekking is het type beschikking. In de eerste plaats is onderscheid gemaakt tussen intrekking van een belastende en intrekking van een begunstigende beschikking, bezien vanuit het perspectief van de geadresseerde van de beschikking. Gebleken is dat vooral de intrekking van een begunstigende beschikking kan leiden tot complicaties, onder meer in het kader van het legaliteitsvereiste en de werking van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. Een en ander hangt samen met het feit dat wanneer een begunstigende beschikking wordt ingetrokken, een aan de geadresseerde toegekend recht of voordeel wordt ontnomen. De rechtspositie van de geadresseerde verslechtert derhalve. De intrekking van een voor de geadresseerde belastende beschikking levert in de regel aanzienlijk minder belemmeringen op. De rechtspositie van de geadresseerde verbetert hierdoor immers. Wanneer echter sprake is van een driepartijenrelatie, zullen wel de belangen van derdebelanghebbenden moeten worden meegewogen bij het nemen van een intrekkingsbeslissing (uiteraard alleen wanneer sprake is van een discretionaire bevoegdheid tot intrekking).
Aflopende beschikking versus duurbeschikking
Een tweede relevant onderscheid wat betreft het type beschikking is het onderscheid tussen aflopende en duurbeschikkingen. Een aflopende beschikking is gericht op een aflopend rechtsgevolg en raakt op een bepaald moment uitgewerkt. Een duurbeschikking is daarentegen gericht op een voortdurend rechtsgevolg. De mogelijkheid tot intrekking van een aflopende beschikking is beperkt, in die zin dat wanneer deze is uitgewerkt, alleen de intrekking ex tunc ertoe leidt dat de beschikking door de intrekking wordt aangetast. Een intrekking ex tunc kan van belang zijn met het oog op de ongedaanmaking van de feitelijke gevolgen van de beschikking (bijvoorbeeld ongedaanmaking van hetgeen op basis van een omgevingsvergunning is gebouwd) dan wel eventuele (strafrechtelijke) aansprakelijkheid. Bij een duurbeschikking ligt een en ander genuanceerder. Met een dergelijke beschikking wordt namelijk een voortdurende rechtsverhouding tussen het bestuursorgaan en de geadresseerde gecreëerd, hetgeen een voortdurende mogelijkheid tot overheidsbemoeienis met zich meebrengt. Om die reden geldt dat het enkele feit dat de beschikking gedurende een lange periode ongewijzigd in stand blijft, niet leidt tot het gerechtvaardigd vertrouwen dat de beschikking niet meer door een intrekking kan worden aangetast.