De intrekking van beschikkingen, mede in Europees en rechtsvergelijkend perspectief
Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.10.3.1.2:III.10.3.1.2 Vormgeving intrekkingsbevoegdheid
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/III.10.3.1.2
III.10.3.1.2 Vormgeving intrekkingsbevoegdheid
Documentgegevens:
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS376503:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat betreft de vormgeving van de intrekkingsbevoegdheid bestaat een onderscheid tussen de intrekkingsregeling van hoofdstuk 2 en de regeling van hoofdstuk 5 Wabo. De artikelen 2.31 en 2.33 Wabo zijn op gelijke wijze opgebouwd. In het eerste lid is een verplichting tot intrekking neergelegd, het tweede lid bevat vervolgens een bevoegdheid tot intrekking (kan-bepaling). Enkel bij de in het tweede lid neergelegde gronden beschikt het bevoegd gezag aldus over beleidsvrijheid en kan niet tot intrekking worden overgegaan alvorens een belangenafweging is gemaakt. Dit, in tegenstelling tot het eerste lid, waar het een gebonden intrekkingsbevoegdheid betreft. Artikel 5.19 Wabo bevat enkel een discretionaire intrekkingsbevoegdheid. In de daar genoemde gevallen kan het bevoegd gezag tot intrekking overgaan.