Einde inhoudsopgave
Fusies en overnames in de Europese BTW (FM nr. 146) 2016/4.5.2.4
4.5.2.4 Alternatieve oplossingen?
S.B. Cornielje, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
S.B. Cornielje
- JCDI
JCDI:ADS420621:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Redactie Vakstudie-Nieuws, aantekening bij HvJ EG 22 februari 2001, nr. C-408/98, V-N 2001/15.26 (Abbey National I).
Zie ook HvJ EG 3 maart 2005, nr. C-32/03, V-N 2005/15.8 (Fini H).
HvJ EG 29 april 2004, nr. C-137/02, BNB 2004/286 (Faxworld).
HvJ EG 29 april 2004, nr. C-137/02, BNB 2004/286, r.o. 42 (Faxworld). Zie ook paragraaf 3.4.5.
HvJ EU 1 maart 2012, nr. C-280/10, V-N 2012/17.17 (Kopalnia).
Artikel 168 Btw-richtlijn biedt voor een dergelijke interpretatie op zichzelf wel ruimte. Het artikel staat immers aftrek toe “voor zover goederen en diensten worden gebruikt voor de belaste handelingen van een belastingplichtige”. Ik ben evenwel van mening dat niet kan worden verondersteld dat de kosten van de overdragende belastingplichtige, niet rechtstreeks een bestanddeel vormen van de prijs van de uitgaande handeling van de overnemende belastingplichtige.
HvJ EU 3 maart 2005, nr. C-32/03, V-N 2005/15.8, r.o. 24 (I/S Fini H).
Zie ook A.J. van Doesum en H.W.M. van Kesteren, ‘De onlosmakelijke samenhang tussen kosten en belastbare handelingen’, WFR 2012/885.
Het arrest Abbey National I overziend dringt de vraag zich op of een eenvoudiger oplossing, die evengoed tot aftrek had kunnen leiden niet voorhanden was.1 Zo merkt de Nederlandse regering in het arrest op (rechtsoverweging 19) dat een recht op aftrek dient te bestaan voor de btw die drukt op kosten die worden gemaakt met het oog op de beëindiging van een economische activiteit in zoverre dit een met btw belaste economische activiteit betreft. Deze gedachte had tot dezelfde uitkomst geleid via een aanzienlijk kortere weg.2 Ik had dat een goede oplossing gevonden. Die oplossing had onduidelijkheid rond het afgebakend gedeelte voorkomen.
Op basis van het (latere) arrest Faxworld kan worden beargumenteerd dat het toerekenen van de gemaakte kosten aan de belaste prestaties in een later stadium van de overnemende partij op zichzelf mogelijk is en dus ook een oplossing had kunnen zijn.3 Hoewel de uitkomst in het arrest Faxworld in sterke mate een gevolg is van de zeer specifieke omstandigheden die in die situatie aan de orde waren,4 heeft dit het Hof van Justitie niet weerhouden van het toekennen van aftrek aan de vennoten van Kopalnia voor de belaste handelingen in een later stadium van de vennootschap Kopalnia.5 Aftrek op basis van de activiteiten van een andere belastingplichtige is dus een mogelijkheid. Desalniettemin wordt deze mogelijkheid – die wordt geopperd door Abbey National – door het Hof van Justitie van de hand gewezen in rechtsoverweging 31. Dit lijkt mij juist. De vooraftrek van een belastingplichtige behoort naar mijn idee niet af te hangen van de activiteiten van een andere belastingplichtige.6
In ieder geval kan op basis van het arrest Abbey National I worden geconcludeerd dat wanneer een belastingplichtige een bedrijfsonderdeel verkoopt onder toepassing van artikel 19 Btw-richtlijn, met betrekking tot de in dit licht gemaakte kosten een recht op aftrek bestaat voor zover de overdragende belastingplichtige voorafgaande aan de overdracht aftrekgerechtigde handelingen verricht. Indien dit niet het geval is, of het verkochte gedeelte is geen afgebakend deel van de onderneming, dan bestaat recht op aftrek van voorbelasting op basis van het pro rata-aftrekrecht van de verkopende belastingplichtige.
Tot slot valt nog te wijzen op het arrest in de zaak I/S Fini H.7 In deze procedure lag de vraag voor of een restauranthouder die zijn economische activiteiten had beëindigd maar zich gedwongen zag daarna nog een periode huur te voldoen voor de onroerende zaak waarin zijn voormalige restaurant was gevestigd, aftrek had van de btw die ter zake van deze verhuur aan hem werd berekend. Het Hof van Justitie bepaalt met name verwijzend naar de arresten Rompelman en Abbey National I dat dit recht op aftrek inderdaad bestaat aangezien de gemaakte kosten een onlosmakelijk verband hebben met de inmiddels gestaakte restaurantactiviteit. In rechtsoverweging 30 merkt het Hof van Justitie daarbij op dat belanghebbende voor de in rekening gebrachte btw recht op aftrek moet kunnen genieten op dezelfde voet als tijdens de periode vanaf de aanvang van zijn restaurantactiviteit tot de datum waarop deze werd stopgezet, aangezien er tijdens de hele duur van de huur een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de ruimten en de economische activiteit van deze belastingplichtige bestond. Anders dan uit het arrest Abbey National I blijkt, lijkt het dus mogelijk te zijn een recht op aftrek te berekenen op basis van de gehele periode waarin een economische activiteit is verricht om kosten in aftrek te brengen die worden belopen na beëindiging van die activiteit. Aangezien I/S Fini H slechts belaste prestaties verrichtte is die mogelijkheid daar op zichzelf niet van belang. Het roept echter de vraag op of het gedeeltelijke aftrekrecht van Abbey National I met betrekking tot de kosten die zijn gemaakt met oog op het afstoten van een deel van haar onderneming, op dezelfde wijze dient te worden berekend. In dat geval zou Abbey National I een pro rata-aftrekrecht dienen te berekenen dat de volledige periode beslaat waarin het verkochte bedrijfsonderdeel, deel uitmaakte van het concern. Zulks lijkt mij naast onpraktisch, onwenselijk maar het is op basis van het arrest in I/S Fini H niet uitgesloten.8