De huur van ongebouwde onroerende zaken: een leemte in de wet
Einde inhoudsopgave
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/1.3.1:1.3.1 Terminologie
De huur van ongebouwde onroerende zaken (R&P nr. VG8) 2017/1.3.1
1.3.1 Terminologie
Documentgegevens:
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar, datum 26-04-2016
- Datum
26-04-2016
- Auteur
mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar
- JCDI
JCDI:ADS378888:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Bijzondere onderwerpen
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit proefschrift gebruik ik de term ‘ongebouwde onroerende zaak’. Men kan zich afvragen of niet beter gesproken kan worden van ‘onbebouwde onroerende zaak’. Deze laatste term past inderdaad beter bij de feitelijke toestand van veel huurobjecten die tot de ongebouwde onroerende zaken worden gerekend: losse stukken land zonder enige voorziening. Echter, huurobjecten die wel zijn voorzien van enige bebouwing en derhalve bebouwd zijn, kunnen soms toch onder de noemer ‘ongebouwde onroerende zaak’ vallen. De benaming onbebouwde onroerende zaak is in het kader van dit proefschrift dan ook te eng. Dit is de eerste reden om de term ongebouwd te hanteren.
De tweede reden is dat in titel 7.4 BW bij de definities van woonruimte,1 ‘overige bedrijfsruimte’2 en ‘middenstandsbedrijfsruimte’ de term gebouwde onroerende zaak wordt gebruikt en niet de term bebouwde. De tegenhanger van deze term is de ongebouwde onroerende zaak en niet de onbebouwde onroerende zaak.
Ook in de wetsgeschiedenis wordt vrij consequent gesproken over ongebouwde onroerende zaken als tegenhanger van de gebouwde onroerende zaken. In de Huurwet van 1960 luidde artikel 1 lid 1 zelfs:
‘Deze wet is niet van toepassing op ongebouwd onroerend goed.’
Ik sluit mij aan bij de terminologie die onze wetgever gebruikt en ook daarom spreek ik steeds van de ongebouwde onroerende zaak.