Einde inhoudsopgave
De intrekking van beschikkingen (SteR nr. 29) 2016/I.1.1.1
I.1.1.1 De wens van de wetgever
B. de Kam, datum 01-03-2016
- Datum
01-03-2016
- Auteur
B. de Kam
- JCDI
JCDI:ADS374090:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Europees bestuursrecht
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursrecht algemeen / Bestuursbevoegdheden
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1988/89, 21221, nr. 3, p. 14-15.
Voorontwerp Algemene wet bestuursrecht, Eerste deel, ‘s-Gravenhage 1987, p. 1, 10.
Zie Kamerstukken II 1995/96, 24400 VI, nr. 49, p. 4 en Kamerstukken II 1999/00, 26800 VI, nr. 7, p. 9.
In Europees verband valt te wijzen op de Model Rules van het Research Network on EU Administrative Law (versie 2014, te raadplegen via www.reneual.eu), waarin eveneens een algemene regeling inzake intrekking is opgenomen. Zie hierover meer uitgebreid paragraaf 2.1.2.1.
Afd. 4.2.6 Awb.
Als bedoeld in art. 4:20b lid 1 Awb.
Art. 4:20f lid 1 Awb.
Toen de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) op 1 januari 1994 in werking trad, was daarin een aparte titel opgenomen met betrekking tot de figuur van de beschikking. De beschikking werd door de wetgever gezien als een figuur die een centrale rol speelt in het bestuursrecht:
‘Het hart van het onderhavige wetsvoorstel bestaat uit twee delen: de regeling van de beschikking, en die van het bezwaar en het administratief beroep in samenhang met enige algemene bepalingen over alle vormen van administratieve rechtsbescherming. […] De beschikking speelt een centrale rol in het bestuursrecht. Welhaast iedere bestuursrechtelijke wet bevat bepalingen over deze rechtsfiguur; in veel gevallen zelfs haast uitsluitend daarover. Uit het gezichtspunt van harmonisatie en vereenvoudiging kan met een algemene wet een aanzienlijke verbetering worden bereikt doordat uniforme regels aangaande de beschikking vele bepalingen in bijzondere wetten overbodig maken.’1
In titel 4.1 werd een algemene regeling inzake de beschikking opgenomen, met daarin bepalingen over de aanvraag van een beschikking, de voorbereiding van een beschikking en de beslistermijn. Doel van deze regeling was te harmoniseren en te vereenvoudigen. Een uniforme regeling zou ertoe leiden dat bepalingen over beschikkingen die waren opgenomen in de bijzondere wet, overbodig zouden worden. Daarnaast zou het probleem van lacunes in bepaalde bijzondere wetten door de algemene regeling worden ondervangen.2
In het voorontwerp van de Commissie Wetgeving algemene regels van bestuursrecht (commissie Warb) was in afdeling 4.1.5 ruimte gereserveerd voor een algemene regeling inzake de intrekking en wijziging van beschikkingen.3 In het uiteindelijke ontwerp werd afdeling 4.1.5 eveneens opgenomen, zij het dat deze afdeling nog geen concrete bepalingen bevatte.4 Men was van mening dat alvorens een regeling inzake intrekking op te nemen, nadere studie nodig was.5 In de jaren erna bleef de wens om te komen tot een algemene regeling inzake de intrekking van beschikkingen bestaan. Herhaaldelijk is gewezen op de relevantie van het leerstuk in het kader van onderwerpen die zich lenen voor opneming in de Awb.6 Tot op heden bevat de Awb een dergelijke regeling echter niet.7
Wel zijn in de Awb op diverse plaatsen intrekkingsbepalingen te vinden. In dat kader kan bijvoorbeeld worden gewezen op de bepalingen inzake de intrekking van subsidiebeschikkingen.8 Een ander voorbeeld biedt art. 4:20f Awb. Deze bepaling bevat een regeling inzake de intrekking van positieve fictieve beschikkingen9 voor de situatie waarin een dergelijke beschikking ernstige gevolgen heeft voor het algemeen belang.10 De reikwijdte van deze bepalingen is echter beperkt. Zij zien steeds dan wel op een bepaald type beschikking (afdeling 4.2.6 Awb),11 dan wel op een zeer specifieke situatie (art. 4:20f Awb).