Einde inhoudsopgave
Natrekking door onroerende zaken (O&R nr. 94) 2016/2.5.2
2.5.2 De drijvende stad
P.J. van der Plank, datum 01-05-2016
- Datum
01-05-2016
- Auteur
P.J. van der Plank
- JCDI
JCDI:ADS490424:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Bijzondere onderwerpen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Voetnoten
Voetnoten
De naam ‘Blue Revolution’ is een verwijzing naar de ‘Groene Revolutie’, zo’n vijftig jaar geleden. In deze landbouwrevolutie werd op grote schaal gebruik gemaakt van kunstmest, bestrijdingsmiddelen, betere zaden en nieuwe irrigatietechnieken om de wereldvoedselproductie te verdubbelen en zo een wereldwijde voedselramp te voorkomen.
Zo werd onder meer gesteld dat de mens zich op zee nog gedraagt als jagers en als verzamelaars nu er op grootschalig niveau gejaagd wordt op wilde dieren (vissen) voor de voedselvoorziening, terwijl oceaansteden de mogelijkheid zouden bieden voor duurzame kwekerijen (gevoed met afvalnutriënten), zodat er niet meer gevist hoeft te worden op ‘wilde dieren’. De rest van de zee kan vervolgens omgezet worden in natuurreservaten waarin niet gevist mag worden waardoor bedreigde vispopulaties beschermd worden.
Asser/Scholten Algemeen deel* 1974, p. 35.
Volgens Ploeger is “een van de uitdagingen van het werk van een vastgoedjurist het in een juridisch jasje gieten van projecten waar gebruik gemaakt wordt van nieuwe bouwtechnieken”. Zie: H.D. Ploeger, ‘Modern vastgoed: De vastgoedjurist in de eenentwintigste eeuw’, WPNR 2009/6781.
Het doel van het ontwerp van een drijvende stad was het watergebruik niet te beperken tot drijvende woningen, maar om te onderzoeken of het mogelijk was een gehele drijvende stad te ontwerpen. Middels het project hebben de TU Delft en DeltaSync aangetoond dat het technisch mogelijk is een drijvende stad te creëren. Deze drijvende steden kunnen gebouwd worden op grote (drijvende) platformen, opgebouwd uit beton en piepschuim. Op deze platformen kunnen woningen winkels en kantoren gebouwd worden. Zo een platform is door middel van drijvende wegen met de wal verbonden en wordt met kabels in de bodem verankerd. Deze technieken zijn nu al te zien in een pilotproject ‘Drijvend paviljoen’ in de Rijnhaven in Rotterdam.1
In november 2012 presenteerde Rutger de Graaf (oprichter en directeur van DeltaSync) op de RDM Campus in Rotterdam de ‘Blue Revolution’2: een onderzoeksproject voor de ontwikkeling van drijvende verstedelijking. Oceaansteden maken het mogelijk om een wereldbevolking van ruim 9 miljard mensen een hoog welvaartsniveau te bieden en tegelijkertijd het ecosysteem te beschermen. Door huidige steden uit te breiden met drijvende wijken wordt landbouwgrond en de natuur rond steden beschermd en op zee kunnen mogelijkheden gecreëerd worden voor duurzame voedselproductie.3 Tevens bieden drijvende steden de mogelijkheid om fouten van steden op het land te herstellen; een soort Lelystad 2.0.
Het antwoord op de vraag of drijvende steden daadwerkelijk een reële mogelijkheid vormen in de toekomst, of voor altijd toekomstmuziek blijven, hangt mede af van de vraag of, en zo ja hoe, zo een drijvende stad juridisch vormgegeven kan worden.
Deze drijvende steden vertonen technisch gezien veel overeenkomsten met de reeds besproken drijvende woningen: het betreft een drijvend platform, opgebouwd uit beton en piepschuim, dat verankerd wordt in de bodem. Op grond van de recente jurisprudentie is de kans groot dat ook deze drijvende platformen als roerende zaken gekwalificeerd worden, nu het platform een zaak is (geen luchtvaartuig zijnde), die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft, waardoor het valt onder de definitie van een schip in de zin van art. 8:1 BW.
In ons goederenrechtelijk systeem kan een roerende zaak niet gesplitst worden in appartementsrechten. Ook bestaat er geen mogelijkheid voor het vestigen van een erfdienstbaarheid op of ten behoeve van een roerende zaak en ook kan een opstalrecht of een recht van erfpacht niet gevestigd worden op een roerende zaak. Dit betekent dat de juritect weinig uitdaging zal zien in de juridische vormgeving van het project, nu hem weinig juridische mogelijkheden ten dienst staan.
Maar zoals Scholten zei:
“De wet komt niet uit de lucht vallen, zij vindt niet een tot nu bestaande leegte, doch andere regelingen gingen haar vooraf, zij vervangt deze, doch hangt tegelijk met haar samen. Er is in het recht continuïteit, een gestage ontwikkeling. Het recht is voortdurend vloeiend, het verandert dagelijks door de toepassing, die regels in het gedrag der onderworpen personen vinden, doch ook door de rechtspraak.”4
Het kan niet zo zijn dat (enkel) omdat een project juridisch niet is vorm te geven, bepaalde nieuwe bouwtechnieken nooit ontwikkeld zullen worden. Het devies is te denken in oplossingen in plaats van problemen. In het navolgende zullen derhalve een aantal mogelijkheden besproken worden, de drijvende stad in een ‘juridisch jasje te gieten’.5