Einde inhoudsopgave
Richtlijn 2009/38/EG inzake de instelling van een Europese ondernemingsraad of van een procedure in ondernemingen of concerns met een communautaire dimensie ter informatie en raadpleging van de werknemers (Herschikking)
Artikel 5 Bijzondere onderhandelingsgroep
Geldend
Geldend vanaf 31-12-2025
- Bronpublicatie:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2450 (uitgifte: 11-12-2025, regelingnummer: 2025/2450)
- Inwerkingtreding
31-12-2025
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
26-11-2025, PbEU L 2025, 2025/2450 (uitgifte: 11-12-2025, regelingnummer: 2025/2450)
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
EU-recht / Bijzondere onderwerpen
Ondernemingsrecht / Bijzondere onderwerpen
1.
Teneinde de doelstelling van artikel 1, lid 1, te verwezenlijken, opent het hoofdbestuur op eigen initiatief dan wel op gezamenlijk of afzonderlijk schriftelijk verzoek van ten minste 100 werknemers of hun vertegenwoordigers afkomstig uit ten minste twee ondernemingen of vestigingen in ten minste twee verschillende lidstaten onderhandelingen met het oog op de instelling van een Europese ondernemingsraad of een procedure voor informatieverstrekking en raadpleging.
2.
Daartoe wordt er een bijzondere onderhandelingsgroep samengesteld aan de hand van de volgende richtsnoeren.
- a)
De lidstaten bepalen de wijze van verkiezing of aanwijzing van de leden van de bijzondere onderhandelingsgroep die op hun grondgebied moeten worden verkozen of aangewezen.
De lidstaten bepalen dat de werknemers van ondernemingen en/of vestigingen waar, om redenen buiten hun wil om, geen werknemersvertegenwordigers zijn, het recht hebben om zelf leden van de bijzondere onderhandelingsgroep te verkiezen of aan te wijzen.
De tweede alinea laat nationale wetgeving en/of praktijken inzake drempels voor de instelling van een werknemersvertegenwoordiging onverlet.
- b)
De leden van de bijzondere onderhandelingsgroep worden op zodanige wijze gekozen of aangewezen dat wordt gestreefd naar een genderevenwicht in de vertegenwoordiging, waarbij vrouwen en mannen elk ten minste 40 % van de leden van de bijzondere onderhandelingsgroep vertegenwoordigen, en in verhouding tot het aantal werknemers dat in elke lidstaat werkzaam is in de onderneming met een communautaire dimensie of het concern met een communautaire dimensie, door per lidstaat een zetel toe te wijzen voor elke 10 %, of een deel daarvan, van het totale aantal werknemers dat in alle lidstaten samen werkzaam is. Indien het beoogde genderevenwicht niet wordt verwezenlijkt, licht de bijzondere onderhandelingsgroep de redenen schriftelijk toe aan de werknemers. Indien het beoogde genderevenwicht niet wordt verwezenlijkt, staat dat de oprichting van een bijzondere onderhandelingsgroep niet in de weg.
- c)
Het hoofdbestuur, de plaatselijke besturen en de bevoegde Europese werknemers- en werkgeversorganisaties worden in kennis gesteld van de samenstelling van de bijzondere onderhandelingsgroep en van het begin van de onderhandelingen.
3.
De bijzondere onderhandelingsgroep heeft tot taak samen met het hoofdbestuur in een schriftelijke overeenkomst het werkterrein, de samenstelling, de bevoegdheid en de zittingsduur van de Europese ondernemingsraad of ondernemingsraden dan wel de modaliteiten van de instelling van een procedure ter informatie en raadpleging van de werknemers vast te stellen.
4.
Met het oog op de sluiting van een overeenkomst overeenkomstig artikel 6 belegt het hoofdbestuur een voldoende aantal onderhandelingsvergaderingen met de bijzondere onderhandelingsgroep. Het hoofdbestuur stelt de plaatselijke besturen daarvan in kennis.
Voor en na elke vergadering met het hoofdbestuur heeft de bijzondere onderhandelingsgroep het recht te vergaderen zonder dat de vertegenwoordigers van het hoofdbestuur daarbij aanwezig zijn, waarbij elk benodigd communicatiemiddel gebruikt moet kunnen worden.
Ten behoeve van de onderhandelingen kan de bijzondere onderhandelingsgroep verzoeken in haar werk te worden bijgestaan door deskundigen naar eigen keuze, waaronder vertegenwoordigers van bevoegde, erkende vakbondsorganisaties op communautair niveau. Deze deskundigen en vakbondsvertegenwoordigers kunnen op verzoek van de bijzondere onderhandelingsgroep op onderhandelingsvergaderingen aanwezig zijn als adviseur.
5.
De bijzondere onderhandelingsgroep kan met ten minste twee derde van de stemmen besluiten om de in lid 4 bedoelde onderhandelingen niet aan te gaan, of om reeds lopende onderhandelingen af te breken.
Dit besluit houdt in dat de procedure tot sluiting van de in artikel 6 bedoelde overeenkomst wordt beëindigd. Wanneer een dergelijk besluit is genomen, zijn de bepalingen van bijlage I niet van toepassing.
Een nieuw verzoek tot bijeenroeping van de bijzondere onderhandelingsgroep kan op zijn vroegst twee jaar na het besluit worden ingediend, tenzij de betrokken partijen een kortere termijn vaststellen.
6.
Alle uitgaven in verband met de in de leden 3 en 4 bedoelde onderhandelingen worden gedragen door het hoofdbestuur in zoverre als nodig is om de bijzondere onderhandelingsgroep in de gelegenheid te stellen haar taak naar behoren te vervullen. Die uitgaven omvatten redelijke kosten voor het inschakelen van deskundigen, met inbegrip van juridisch deskundigen, voor zover dat daartoe nodig is. Dergelijke uitgaven worden aan het hoofdbestuur gemeld voordat zij worden gedaan.
Met inachtneming van dat beginsel kunnen de lidstaten budgettaire voorschriften betreffende de werking van de bijzondere onderhandelingsgroep vaststellen.